Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen, als hij er het leven bij inschiet?

Zaterdag 30 augustus is er feest in de stad. Het feest heet ‘Eeuwig Schoonhoven’. Onze stad is jarig … die is bijna zevenhonderd jaar oud geworden! Iedereen mag zaterdag komen naar het stadhuis en met het feest meedoen. Mooi als iedereen een hoed of een muts of een pet op doet. Daar kun je dan mee zwaaien: Hoera voor de stad!

Het allermooiste is, wanneer je verkleed komt. Met de verkleedkleren doen we de mensen na van zoveel honderd jaar geleden. Of dat allemaal lukt, weet ik niet. Ik weet wel, dat er zaterdag iemand op een paard komt; die is verkleed en doet alsof hij Heer Jan van Beaumont is. Hij komt zeggen, dat Schoonhoven voortaan een echte stad is met eigen bestuurders.

Er zijn ook mannen, verkleed als zeerovers; die spelen na dat ze de stad veroveren. En er is ook iemand, die Olivier van Noort nadoet; die gaat vertellen over zijn lange reis op zee. Verder zijn er historische fietsers en Gele Rijders te zien en nog veel meer.
Eén persoon hoort er in de verkleedpartij zaterdag ook bij, vind ik. Dat is Bartolomeüs, de beschermheilige van de bewoners van de stad Schoonhoven. Wie was Bartolomeüs?

Bartolomeus, bij God in de leer, heilige, wijze, wilde gaan reizen.
Bartolomeus bij God in de leer stelde zijn leven in dienst van de Heer.

Bartolomeus, hij trok in het rond met zijn verhalen in alle talen;
Bartolomeus, hij trok in het rond, maakte in Jezus’naam mensen gezond,

Bartolomeus, vervolgd en gedood, hij heeft zijn leven prijs moeten geven.
Bartolomeus, vervolg en gedood, rust nu voor eeuwig in Abrahams schoot

(liedje met tekst geschreven door Cobi Kromhout voor Parkdienst 2009)

Bartolomeüs was een van de twaalf leerlingen van Jezus. Hij mocht met de anderen samen achter Jezus aan lopen en van Hem leren geloven in God. Hoe het allemaal begonnen was? Op een goede dag had iemand Bartolomeüs bij Jezus gebracht. En Jezus vond hem direct een man met een goed en eerlijk hart. Verder wordt er over hem weinig in de bijbel verteld.

Wel weten we, dat Bartolomeüs een goede vriend van Jezus was geworden. Dat hij zich echt aan Jezus verbonden had op leven en dood. Er wordt gezegd, dat Bartolomeüs na de opstanding van de Heer ging vertellen van Jezus in verre landen. Hij voelde zich gezonden.

Zo kwam hij ook in Armenië. (Dat land ligt tussen Turkije en Iran in.) Tegen de koning van de Armeniërs zei hij eerlijk: “Ik ben Bartolomeus en ik kom als gezondene namens Jezus bij u, koning. Waarom wilt u alles zo vlug mogelijk hebben en naar u toe graaien? Geld is iets wat goed is. Maar alleen bankrovers willen heel snel aan geld komen. Liefde is iets wat mooi is. Maar alleen verkrachters willen dat heel snel en letten niet op wat ze stuk maken. Aanzien is ook iets moois. Maar alleen eerzuchtige mensen willen dat onmiddellijk hebben.

Geachte koning, wat hebt u eraan als heel de wereld aan uw voeten ligt en u moet het met uw eigen hart bekopen? Er komen alleen maar lelijke dingen in uw hart.” “Wat moet ik doen?” vroeg de koning. Bartolomeüs zei: “Laat los wat u in handen vastgeklemd houdt. En u zult het leven vinden.” De koning dacht na over wat Bartolomeüs had gezegd. Hij graaide niet meer naar geld of liefde of aanzien en hij probeerde anders te doen als koning. De broer van de koning vond het gevaarlijk worden wat er gebeurde. Die broer zei tegen Bartolomeüs: “Laat los wat je in handen vastgeklemd hebt – wat is dat voor een verhaal tegen een koning? Ik zal je straffen om wat je met mijn broer de koning gedaan hebt!” En er wordt verteld, dat toen Bartolomeüs zelf alles moest loslaten wat hij had tot en met zijn eigen vel. En dat hij daarna stierf.

De mensen waren bedroefd om wat er gebeurd was en zeiden tegen elkaar: “Bartolomeüs is een goede man geweest. ‘Heilig’ was hij, zonder lelijke dingen in zijn hart. Hij is bij God.” “Wanneer was hij ook alweer jarig?” vroeg iemand. “Op 24 augustus”, zei een ander. Toen vroeg iemand: “Wat, als we nu onze stad naar Bartolomeüs noemen? Dan proberen we voortaan met elkaar eerlijk om te gaan en niet te graaien naar geld en liefde en aanzien.” En zo is het gekomen, dat ook in onze stad Schoonhoven mensen proberen te leven, zoals de gestorven Bartolomeüs, volgens de wil van Jezus.

Matteus 16 : 21 – 27

Preek:

Het evangelie van deze zondag gaat niet over wat Bartolomeüs, maar over wat alle twaalf leerlingen te horen krijgen over Jezus’ eigen zending. Maar het heeft er wel mee te maken. Buiten het gehoor van de mensenmenigte, in besloten kring vertelt Jezus wat het geheim is. Als gezondene gaat Hij het lijden en de dood tegemoet in Jeruzalem en wordt Hij na drie dagen opgewekt uit de dood (21). Niet omdat een overmacht van vijanden Hem daartoe dwingt, maar omdat het in de ogen van God noodzakelijk is. Zo gaan de plannen van God, bekend uit oude profetieën, in vervulling, zo ‘moet’ het. Later legt Jezus het geheim van zijn zending uit aan zijn leerlingen: ‘De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’(Mat. 20 : 28). ‘Plaatsbekleding’ noemen we dat.

De oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden spelen hierbij een belangrijke rol. Samen vormen ze het hoogste Joodse gerechtshof. En de Romeinse gezaghebber zal in de rechtsgang het laatste woord spreken en de kruisiging laten voltrekken. Jezus zegt met zoveel woorden: De mensen zullen het oordeel over Hem vellen en Hij is bereid om dat vonnis te ondergaan. De mensen hebben kwaad in de zin tegen Jezus, maar Hij zal in dienst van God deze weg tot het einde toe afleggen. Hij, de Mensenzoon en toekomstige wereldheerser ‘moet’ lijden en sterven. Hij gaat onder het oordeel van God zelf door en God zal uiteindelijk zijn dood teniet doen en Hem opwekken.

Een van de twaalf leerlingen, Petrus, verzet zich heftig tegen de aankondiging van Jezus dat Hij zijn dood en opstanding tegemoet gaat. Dit is voor hem totaal onbegrijpelijk. Hij stelt zich de weg van de koninklijke Messias anders voor. Als hij hoort, dat Jezus zich ook nog de Mensenzoon noemt, dan durft hij helemaal fel te reageren: ‘God verhoede het! Zoiets mag u nooit overkomen!’ (22). Jezus’ reactie is even fel en beveelt onverbiddelijk: ‘Terug, achter mij, Satan’(23). Hij noemt Petrus: ‘Satan’ – kwaadaardige tegenstander. Al eerder aan het begin van zijn optreden was geprobeerd om Jezus van zijn bestemming af te houden. Toen kreeg Hij te horen, hoe door snel macht te verzamelen en aanzien te verkrijgen onder de mensen, de wereld aan zijn voeten zou liggen. “Als u de Zoon van God bent, dan …”(Mat. 4 : 3).

Nu begon diezelfde verzoeking opnieuw en wel via zijn leerling Petrus. De overwinning op de kwaadaardige verzoeker(Mat. 4), waarvoor Hij alle overgave aan God en zelfverloochening nodig had gehad, moest Jezus nu opnieuw bevechten. Satan wordt met een krachtig weerwoord uit het veld geslagen. Tegelijk krijgt Petrus het bevel, om leerling te blijven. Duiveluitdrijving en roeping van leerlingen gaan bij Jezus op een bevelstoon.

Dat doet Jezus op drie manieren. (1) “Ga terug, achter mij!” Dat is heel wat anders dan: ‘Verdwijn uit mijn ogen!’. Leerling-zijn dat is Jezus volgen, achter Hem aan gaan. Hem de richting laten bepalen en niet voor Hem uitlopen. “Je bent een skandalon, een struikelblok.” Je brengt me nog van de goede weg af. Je maakt het me moeilijk de Mij opgedragen weg te gaan. Jezus spreekt tot het geweten van Petrus. “Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.” Jezus verwijt hem kortzichtigheid en gebrek aan inzicht in de bedoelingen en plannen van God.

Als Jezus Petrus terechtgewezen heeft, richt Hij zich tot al zijn leerlingen. “Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen”(24). Niet de mensenmenigte, maar juist de leerlingen moeten zich deze kritische vragen laten welgevallen. ‘Wie achter mij aan wil komen…’ anders gezegd: ‘Wie leerling van mij wil zijn en in verbondenheid met mij leven…’ moet Jezus de leiding laten boven alles. ‘Zichzelf verloochenen’ wil zeggen: de zakken leeg maken, loslaten wat je vasthoudt, je eigen belangen prijs geven, niet aan jezelf denken.

Wat het betekent ‘zijn kruis op zich nemen’ weten de leerlingen vast en zeker. De kruisdood, door de Romeinen op slaven toegepast, was intussen bekend en berucht. Het kruis – dat is het teken van schande en wreedheid. Menigeen had intussen dit wrede schouwspel meegemaakt, als iemand zijn kruis (bedoeld was de kruisbalk) naar de plaats van de executie moest slepen. De beeldspraak ‘kruis’ is ook zonder direct te denken aan het kruis van Jezus te begrijpen. Jezus zegt tegen zijn leerlingen: “Als iemand achter mij aan wil gaan, dan moet die niet aan zichzelf denken, maar volgens mijn voorbeeld kruis en schande op zich nemen en mij volgen.” Ook in de meest moeilijke omstandigheden zullen jullie in lotsverbondenheid met mij leven.

Na Jezus’ opwekking uit de dood zullen de leerlingen vaak aan deze uitdrukking teruggedacht hebben. Hun leven bestond niet in het najagen van hun eigen doel, maar was voortaan nauw verbonden met Jezus’ lijdensweg. Op die weg voortaan zouden ze Jezus navolgen, achter Hem aan in zijn voetstappen treden. En tot op vandaag weten van christenen, die onder heel andere omstandigheden leven dan wij; we denken dan aan de christenen in Armenië. Maar ook aan onze zusters en broeders in Syrië en Irak, die voor het vasthouden aan hun geloof het leven riskeren.

Wie al of niet gehoor geeft aan de vermaning van Jezus, zal letterlijk ‘zijn leven behouden dan wel verliezen’(25). In de NBG-vertaling stond nog: ‘ziel’, maar bedoeld is de mens met z’n hele leven. ‘Je leven behouden’ wil zeggen: ‘je leven veilig stellen’. Dus: alle zorgen richten op eigen doel en zich oriënteren aan eigen belangen. Wanneer een mens zo doet, blijft er voor leerling-zijn geen ruimte over. En het leidt ook tot niets. Integendeel, het ware, echte leven ontglipt je op deze manier. Wie zich prijsgeeft, ophoudt met graaien, loslaat wat hij in handen begerig vastklemt, die heeft toekomst. Dat is de logica van het koninkrijk van God.

Dat is meer dan een wijsgerige levenshouding, die je jezelf kunt aanleren met voldoende oefening. Nee, Jezus voegt eraan toe: “Wie zijn leven verliest omwille van mij’(25). In Jezus, die zijn leven zal geven als een losgeld voor velen (Mat. 20:28), is het mensenleven besloten. Een leven in navolging van Hem is tegelijk een leven in en met Hem. En net zoals de overwinning in zijn geval van Godswege vast ligt, is dat ook het geval voor allen die Hem volgen. Wie zijn leven in eigen hand vastgeklemd houdt, wil het ‘redden’. Maar wie Jezus volgt, hoeft het niet te redden; die zal het leven vinden. Zoals de mens in de gelijkenis van het koninkrijk van de hemel, die een schat vond verborgen in een akker (Mat. 13 : 44).

“Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen, als hij er het leven bij inschiet?”(26). Wat heeft een mens niet allemaal over voor zijn leven? Jezus zegt, dat iedere poging om zijn leven te redden of veilig te stellen, vergeefs is. Zelfs wanneer heel de wereld aan je voeten ligt, zou je daarvoor nog moeten boeten. Het zou je niet baten, als het gaat om een losprijs voor het leven. Hierin klinkt nog eens door wat Jezus zegt over zijn kruisdood als losgeld voor velen (Mat 20:28). Tegenover ‘het winnen van heel de wereld’ staat onverminderd ‘het eigen leven erbij inschieten’. Wat levert het op, wanneer heel de wereld aan je voeten ligt, maar je moet met je hart ervoor boeten? Wat is voor een mens nog kostbaarder dan zijn eigen hart?

En met die vraag zijn we weer terug bij het verhaal van Bartolomeüs, die zich gezonden wist tot de koning van Armenië. En bij de mensen, die wonen in de stad Schoonhoven en proberen te leven, zoals Bartolomeüs, volgens de wil van Jezus. En of ze dat lukt? In onze stad staan zelfs drie kerken naar Bartolomeüs genoemd

Ds Chris Koole

Preek zondagochtend 24 augustus 2014