Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf

“Jezus zegt: Wat ik onderwijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft. Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat ik namens mijzelf spreek.” (Joh. 7 : 16, 17) 

Wel eens gehoord van de cursus Theologische vorming voor gemeenteleden? Theologie … is dat een vak?
En als het een vak is, wat moet je daarvoor kennen en kunnen?
Wie theologie beoefent, heeft met het evangelie van Jezus Christus te maken. Vraag: Ben je je bewust van de houding die je ertegenover inneemt? Je kunt het evangelie van minstens drie kanten benaderen.

Met een historische instelling: Jezus heeft onderwijs ontvangen. Maar van wie dan? Zijn tijdgenoten zeggen dat hij op geen enkele rabbijnenschool is geweest. Jezus past niet in het schema van het rabbijnse tractaat Pirkei Avos. (Het is goed te lezen, want het tractaat is in het Nederlands vertaald als ‘Spreuken der vaderen’.)

Daarin lees je over de Thora, die van hand tot hand gaat; de gaande geeft die door aan de komende: “Mosje ontving de Thora van Sinai, en gaf haar door aan Jeho- sjoe’a; Jehosjoe’a gaf haar weer door aan de ouden, de ouden aan de profeten; en de profeten leverden haar over aan de mannen van de grote vergadering. (…) Sjimon de deugdzame behoorde tot de laatsten van de grote vergade- ring (…) Antigonos uit Socho leerde van Sjimon de deugd- zame (…)”.

En Jezus uit Nazaret dan? Die staat, volgens de jood Mat- teus, toch in werkelijkheid midden in de traditie. Vaak schrijft die daarom: “Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: …”. En dan zijn er de teksten uit de Joodse wereld, waarin het christendom ontstaan is, en uit de Grieks-Romeinse wereld waarin het zich verbreid heeft. Verdiep je je in Joodse apocalypsen en Hellenistische schrijvers (gelukkig ook toegankelijk vertaald in een moderne taal), dan doe je fascinerende ontdekkingen.

Werelden gaan voor je open, die je tot dan toe niet kende. En nog kun je rustig zeggen bij het evangelie: “Wat een wondere boodschap van God, die mens is geworden – dit alles opdat onze honger gestild zou worden, ons onrecht gedelgd zou worden en onze liefde zou ontvlammen.” Je hebt wel historische belangstelling nodig, om theologie te bedrijven.

Je kunt het evangelie nog op een andere manier bena- deren. Jezus van Nazaret heeft zijn onderwijs van zichzelf; hij is een volstrekt originele figuur. Hij heeft zijn eigen geheim, zoals elke profeet zijn eigen geheim heeft, waar buitenstaanders geen toegang tot hebben. Nou ja, je probeert dit geheim psychologisch te ontwarren.

Wat onderscheidt Jezus van Nazaret van een andere charismatische wonderdoener uit ongeveer diezelfde tijd, Hanina ben Dosa? Wat is het verschil tussen de godsdienstijveraar Paulus van Tarsis en Apollonius van Tyana? De een stichtte gemeentes en schreef brieven aan de christenen, de ander was in zijn tijd een beroemde prediker en wonderdoener.

Wat is het verschil tussen ‘inspiratie door de heilige Geest’ en ‘trance’? Boeiend is het dan, om te lezen wat psychologen als Jung en Drewermann daarover schrijven. Je hebt wat psychologische belangstelling nodig. Maar in elk geval heb je als vaktheoloog theologie (‘weet hebben van God’) nodig. Jezus heeft geen onderwijs ontvangen van geleerden. Ook heeft hij, zegt hij zelf, zijn onderwijs niet zelf bedacht. “Wat ik onder- wijs heb ik niet van mijzelf, maar van hem die mij gezonden heeft”(Joh. 7 : 16).

Uiteindelijk kom je met een historische of psychologische benadering niet uit. Het evange- lie is van de Vader, die de Zoon gezonden heeft. Er is openbaring, er is iemand van de andere kant gekomen, er is een verlossend Woord vleesgeworden. In onze wereld is een boodschap gekomen van Hem, die uitdrukkelijk verklaarde: “Dit is van God.” En die zo absolute uitspraken kon doen, omdat hij bij de Vader zelf in de leer geweest is.

Als je het vak theologie kiest, krijg je heel wat geschiedenis van het vak te leren. Misschien wel veel meer dan je lief is. Maar je ontdekt dan wel, dat de theologie in de laatste vijftig jaar zich er bewust van geworden is, dat ze geen historie en geen psychologie, maar theologie is.

En je leert een hoop nieuwe vrienden kennen. Soms zijn het mensen, die ook enthousiast zijn voor het vak en je motiveren om door te gaan, wanneer de studie lastig wordt. Gewoon tijdens de dagstudie of anders tijdens de cursus Theologische vorming voor gemeenteleden. Maar je mag ook denken aan boeken; ook dat zijn een soort vrienden, die je uitnodigen om mee te denken. Zo-even noemde ik er al een paar.

En dan nog een ding. In Johannes 7 staat te lezen, dat het de moeite waard is om theoloog te zijn. En dat juist theologen het bloed-serieus moeten nemen. Scherp zegt Jezus: “Wie ernaar streeft te doen wat God wil, zal weten of mijn leer van God komt of dat ik namens mijzelf spreek”(Joh. 7 : 17). Bijbelgeleerden krijgen van hem te horen: Je voelt de wind pas, als je er midden in gaat staan. Dat weet je uit ervaring.

Zo is het ook met de heilige Geest. “Alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien” (Joh. 3 : 3).
Wie zelf geen volgeling van Jezus is, kan niet van hem getuigen en kan ook niet aan goede theologie doen. Ergens anders in de bijbel staat zoiets als: Het begin van het goede denken is vroomheid en trouwe gehoor- zaamheid aan God.

Misschien haal je wel het meeste uit de theologie als je begint aan een dagelijks gesprek met God en werkt aan de vriendschap met Hem. En als je met een ander mens (één is al voldoende) deelt wat je ervaren hebt en God de lof brengt samen met anderen in de eredienst. Wat houdt je tegen om dat te doen? Grote theologen zijn vaak bescheiden christenen geweest.

Ds Chris Koole