Wat is mooier dan genade?

Doordat koningin Beatrix maandag haar aftreden afkondigde, leek de crisis heel even vergeten. Economische zorgen en politieke discussies en verschillen verdwenen de afgelopen week even naar de achtergrond. Het vooruitzicht van het afscheid van Beatrix en de inhuldiging van Koning Willem-Alexander, maakte ons land voor even één. Het grote terugblikken begon. Ze heeft het niet zo slecht gedaan, is de algemene mening. En we hebben met zijn allen een mooi feest in het verschiet,  straks op 30 april, als Willem Alexander het stokje overneemt.   Daar hebben we ook wel behoefte aan. De laatste tijd missen we als volk wel eens het besef van eenheid. alsof we steeds minder één volk zijn, steeds meer een verzameling belangengroepen. Als het gaat om de zorg, lijken  we steeds minder bereid voor elkaar te betalen. Waardoor gezonden en minder gezonden tegenover elkaar komen te staan. Cultuur? Wie daar belangstelling voor heeft, moet dat zelf maar betalen. Subsidies worden geschrapt. En de tendens van de laatste weken is dat ouderen en jongeren steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Verwijten vliegen over en weer. Gepensioneerden voelen zich onevenredig belast en gekort. Voor jongeren wordt het lastiger en vooral duurder om te studeren, om een vaste aanstelling te krijgen, een fatsoenlijk huis te kopen. Straks hebben we naast een ouderenpartij ook nog een jongerenpartij in het parlement. Wordt dat een blijvende trend – dat het maatschappelijk debat een debat wordt tussen belangengroepen, die allemaal voor zichzelf opkomen? Ieder voor zich, en God voor ons allen? Het nieuws van de troonswisseling heeft de verschillen even naar de achtergrond verdrongen. Heeft ons land weer even verenigd. Gaan we na 30 april weer op oude voet verder? Als we vergeten dat we niet alleen een aardse, maar ook een hemelse koning hebben, is het antwoord op deze vraag hoogstwaarschijnlijk: JA.

Die hemelse Koning, die in Jezus een tijd onder ons was op aarde, bezocht aan het begin van zijn openbare opreden zijn eigen stad, Nazareth. Daar las hij uit de profeet Jesaja over het aanbreken van het aangename jaar des Heren, een genadejaar. En daarop hoorden we (Lucas 4: 22): Allen hebben hem bijval betuigd, in verwondering, over de woorden vol genade die uit zijn mond voortkwamen. En dat men zo geraakt was door zijn woorden van genade, had er weer mee te maken dat Jezus Jesaja maar half had geciteerd. Want Jezus stopte midden in een zin. Na de woorden: Ik ben gezonden om een genadejaar (welkom-jaar, jubeljaar) van de Heer uit te roepen… stopt Jezus – terwijl Jesaja dan nog doorgaat met de woorden: én een dag van wraak voor onze God.  Jesaja bedoelt hier dat God wraak zal nemen op de volkeren die Israël in het verderf hebben gestort. Maar Jezus laat die dag van wraak op die andere volken achterwege. Waar Jesaja achter het genadejaar een komma zet, plaatst Jezus een punt. En hij sluit de boekrol. Hij is duidelijk: zijn belangrijkste punt, zijn belangrijkste thema is de genade. Voor alle volkeren! Sola Gratia. En allen verwonderden zich over die woorden vol genade die uit zijn mond kwamen…

Wat is mooier dan genade? Genade in het Hebreeuws = gein: plezier. Genade  is: gein vinden in de ogen van God. Wat is mooier dan weten dat God je mag, dat God een oogje op je heeft, dat God gein, plezier beleeft aan jou?   In de natuur heersen harde wetten. Het natuurlijke leven is hard, de sterksten trekken aan het langste eind, de brutalen hebben de halve wereld, het is: eten of gegeten worden…. Daartegenover verkondigt Jezus niet het recht van de sterkste of de slimste of de mooiste, maar het recht van de genade. Ieder mens mag leven als een kind van de genadige God. Jij bent mijn kind, mijn geliefde, in jou vind ik vreugde. (3:22) – zei God tot Jezus na zijn doop – en door Jezus tot ons allemaal. Dat is een ander geluid.

Een synagogeganger die Jezus zo hoort preken stoot zijn buurman trots aan en zegt: Dat is toch die jongen van onze eigen stadstimmerman Jozef? Eén van ons.  Sst, zegt zijn buurman, hij gaat nog iets zeggen. En dan krijgt de preek van Jezus een staart, en in die staart zit het venijn – het venijn dat ervoor zorgt dat Jezus even later de synagoge wordt uitgegooid. Jezus zegt: Jullie willen nu natuurlijk dat ik nu in mijn vaderstad de wondertekenen doe wat ik eerder voor de mensen in Kafarnaum heb gedaan. (Eigenlijk vinden die mensen in Nazareth dat Jezus die eerst voor hen had moeten verrichten. Eigen volk eerst…) Dan haalt Jezus een toen al bekend gezegde aan: Maar ja… een profeet is nu eenmaal niet snel geliefd/welkom in zijn eigen vaderstad. Vervolgens legt Jezus uit dat de genade van God niet alleen voor de mensen in Nazareth geldt, en zelfs niet alleen voor de mensen in Israël, maar ook voor de mensen van buiten Nazareth en van buiten Israël. Jezus haalt twee voorbeelden aan uit de profeten: Toen er een tijd van droogte en hongersnood was, stuurde God Elia niet naar een van de vele weduwen in Israel om hen bij te staan, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon – in het buitenland.(Libanon)  En toen er een epidemie van melaatsheid heerste, toen genas de profeet Elisa geen landgenoot, maar een Syriër, Naaman geheten.

Dus: de genade waarvan de profeten al getuigen, geldt niet alleen het eigen volk. De genade geldt niet alleen voor de joden, ook voor de heidenen. Niet alleen ons, maar ook hen. Ook voor de ander. Vertaald naar onze eigen tijd: de genade van God geldt niet alleen voor de gezonden, maar ook voor de zieken. En niet alleen voor de ouderen of alleen de jongeren, maar voor de ouderen én de jongeren. En niet alleen voor de werkenden, maar ook voor de werklozen. En niet alleen voor kinderen in Nederland, ook voor kinderen in Kenia –  vraag maar aan de Stichting Blessed Generation, voor wie wij dit jaar gaan collecteren.   Als het om de genade gaat, ziet het evangelie de mensheid niet als een losse verzameling belangengroepen, maar als één familie, één heilig volk van God dat onderweg is naar het nieuwe Koninkrijk. Als kinderen van één Vader.

Maar dat is niet wat  de mensen in de synagoge van Nazareth willen horen. Eerst lazen we: allen waren verwonderd over zijn woorden van genade. Als ze erachter komen hoe royaal Jezus is met de genade van God, worden allen vervuld van woede. Ze staan op en werpen hem de stad uit; ze leiden hem naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd is, – om hem in de afgrond te gooien (vers 28). Dat blijft iets wonderlijks – hoeveel weerstand de genade op kan roepen. Vooral als die genade anderen geldt. Jezus had, toen hij voorla uit Jesaja 61 de dag der wrake niet in de mond genomen. Maar de gemeente van Nazareth laat de woede van God alsnog op Jezus neerdalen. Ze proberen hem te lynchen. Een voorproefje van de verwerping die Jezus in Jeruzalem te wachten staat. Alsof ze alvast een begin maken met de kruisiging.

Maar Jezus ging midden tussen hen door en vertrok. Dat heeft iets koninklijks. Jezus liet zich niet tegenhouden, door niemand niet. Ook niet door de mening van de massa. Het werkwoord vertrekken, verder trekken, zal nog vaak gebruikt worden in Lucas. Het evangelie van genade gaat door, trekt verder. Het evangelie van de genade laat zich niet tegenhouden. Jezus liep midden tussen hen door en vertrok. Zoals Israel ging door de rode zee. Zoals Jezus later door het gesloten graf heen zal trekken. Zwijgend. Zelfverzekerd. Waardig. Koninklijk. Royaal.

Straks op 30 april zit er een nieuwe koning op de troon in Nederland. Bijzonder moment. Dat zal ons land in ieder geval voor even verenigen. Willem-Alexander, koning bij de gratie Gods… (Dat is althans de formulering waarmee Beatrix nieuwe wetten in dit land ondertekent: Wij Beatrix, koningin bij de gratie Gods…) Laten we hopen en bidden dat Willem Alexander zich als koning zal oriënteren op de genade van onze hemelse koning. Dat hij, met de mogelijkheden die hij heeft, voor iedereen in dit land koning zal zijn: voor jongeren en ouderen, voor gezonde en wat minder gezonde Nederlanders, voor de mensen die onze crisis glorieus en voor hen die de crisis wat minder glorieus doorstaan. Dat hij een royaal (koninklijk!) symbool van eenheid mag zijn voor een volk dat steeds meer dreigt een verzameling te worden van tegenstrijdige belangengroepen.

En wat onszelf hier in Schoonhoven en Willige Langerak betreft: er wordt aan de overkant hard gewerkt aan de wederopbouw van Sola Gratia. Over een jaar of wat, als de bouw klaar is en de naam weer op de gevel prijkt, worden wij weer dagelijks herinnerd aan die allesbepalende woorden: Sola Gratia, door genade alleen. Het zou mooi zijn als wij ons in ons dagelijkse doen en laten door die woorden aan zouden laten spreken.

En over genade gesproken: ik sluit vandaag af met het allerlaatste vers van de Bijbel, Openbaring 22: 21: De genade van onze Heer Jezus zij met u allen. Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas