Wat je hebt, niet krampachtig vasthouden, maar los kunnen laten

Het kernvers van de verkondiging is vers 23, het is de samenvatting van hoofdstuk 3, waar Johannes schrijft:

Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft opgedragen.
Vanuit dit kernvers bekijken we de schriftlezing die we vanmorgen gelezen hebben. Als je een Bijbel bij je hebt, is het handig om die er bij te houden.

Haat versus liefde
Johannes is van de scherpe tegenstellingen. Licht en duisternis. Leven en dood. Haat en liefde. Wij zijn dat niet zo gewend. Veel vaker zijn we mild en relativerend. Jij ziet het zus, ik zie het zo, even goede vrienden! Maar dat is niet de manier waarop Johannes schrijft. Er staat iets op het spel, namelijk het geloof in Jezus Christus, en daar maakt hij zich hard voor. Het gaat ergens om. Om leven en dood. Zoveel is wel duidelijk uit deze brief.

Heb elkaar lief, dat is wat het evangelie ons opdraagt. Wees niet zoals Kaïn, schrijft Johannes in vers 13. Kaïn, die zijn broer het licht in de ogen niet gunde. Die Abel om het leven bracht en daarmee een moordenaar werd. De rechtvaardigheid van Abel stak hem. Kaïn kon het niet aanzien dat Abel rechtvaardiger, oprechter was dan hij. En het meest kostbare dat Abel had, zijn ziel, zijn leven, werd door Kaïn vernietigd.

Dat is heel essentieel, wat Johannes hier aanwijst. De rechtvaardigheid van Abel, riep moordzucht op bij Kaïn. Vers 13: Wees niet verbaasd, broeders en zusters, als de wereld u haat. De wereld, dat is hier alles wat er aan leugenachtigheid en afgunst in de mensen te vinden is.
Dat een ander goed doet, goed is, dat wordt niet altijd gewaardeerd. Het kan ook kwaad bloed zetten. Omdat het je wijst op je eigen onrechtvaardigheid. Je eigen tekort. Ik denk dat heel kernachtig is wat hier wordt aangewezen.

Misschien is het een ervaring die je zelf ook kent. Dat kan naar twee kanten toe. Je doet goed, maar merkt dat het weerstand oproept. Je wilt opkomen voor wie hulpeloos en kwetsbaar is, maar je stuit op verzet van anderen. Instanties, of personen, wie dan ook. Een hele bevreemdende ervaring. Maar wel iets wat misschien vaker voorkomt dan we zouden willen.

En die andere kant, misschien ken je die ook wel. Dat je merkt hoe belangeloos en oprecht iemand zich inzet voor zijn naaste. Dat kan je steken en jaloers maken. Omdat je zelf zo ver niet wilt gaan, niet kunt gaan. Zo kan er iets in je wakker gemaakt worden waar je van schrikt. Dat je je ergert aan de naastenliefde van een ander.

Haat verstikt. Verstikt je eigen ziel, maar ook het leven van die ander. Johannes wijst een andere weg. De weg van de liefde. Het is het kernwoord van deze brief. Johannes zet ermee in, vers 11, en hij sluit ermee af, vers 23.

Liefde , zo veel gebruikt, zoveel genoemd, als een dekmantel voor van alles en nog wat. Waardoor het bijna betekenisloos lijkt en heel algemeen is geworden. Elkaar liefhebben, wie zal het daar niet mee eens zijn? Wat maar wat het concreet betekent, wat het doet met jezelf, dat is nog niet altijd zo duidelijk.

Juist door die sterke tegenstelling, haat versus liefde, worden beide kanten wel heel zichtbaar. Haat is dodelijk. Als je het kent, dan weet je dat. Haat maakt je hart boos en donker. Het neemt de vreugde weg en beheerst je hart. Waardoor het ook zomaar de vreugde in het leven je broeder of zuster kan wegnemen, van hem op wie je haat is gericht. Het neemt je in beslag en drukt je neer. Dodelijk, noemt Johannes het.

Maar wij weten, vers 14, dat we van de dood zijn overgegaan naar het leven, omdat we elkaar liefhebben.

Liefde doet leven. Liefde ontvangen, jazeker. Maar het gaat hier in de eerste plaats om liefde geven. Liefhebben doet leven. Het neemt de verstikking weg uit je hart en brengt je in de ruimte van het evangelie. Leven! Dus in dat liefhebben, daar zit iets in van de eeuwigheid. God schenkt je in dat liefhebben eeuwig leven. Dat wat blijft bestaan, voorgoed. Het gebod van het evangelie, elkaar liefhebben, tilt je leven op een ander niveau.

Zo staan die twee tegenover elkaar. Haat en liefde. Haat drukt je neer en neemt de levensvreugde weg. Liefde schept ruimte in je hart en het leven van je naaste. Het maakt je leven bestendig en vast. Dat is het eerste over de liefde.
Gezindheid van Christus
Het tweede is dit, vers 16: Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft.

Liefhebben leer je van Jezus zelf. Van Hem die zijn eigen leven heeft gegeven voor ons. Jezus gaf zijn leven op, het kostbaarste wat een mens bezit. Jezus gaf dat op, om jouw het leven te brengen. Jouw leven, wie jij bent, is voor Jezus zo kostbaar, zoveel waard. Hij heeft zichzelf er voor over. En precies dat maakt heel zichtbaar: liefde. Liefde die leven brengt. Die ruimte schept en je doet opbloeien. Zo is Gods liefde voor jou en mij. Het maakt je leven leefbaar.

En zo zie je ook hoe dit hele stuk rust op vers 23: je broeder of zuster liefhebben heeft alles te maken met geloof in Jezus als de zoon van God.
Het wordt heel vaak andersom gezien. God, geloof, het beperkt je in je vrijheid. Het is somber en saai. Vreugdeloos en suf. Misschien zie je dat zelf ook wel zo.
Deze brief laat iets heel anders zien. Jezelf in het centrum van je leven, daar zul je niet gelukkiger van worden. De liefde van Jezus voor jou, met heel je hebben en houen, dat maakt je leven waardevol en leefbaar.
Maar goed, vers 16 gaat nog een stap verder.
Wat liefde is, hebben we geleerd van Hem die zijn leven voor ons gegeven heeft. Daarom horen ook wij ons leven te geven voor onze broeders en zusters.

Ik schrik er van op, zo’n stellige uitspraak van Johannes. Ik aarzel ook. Het gaat ver. Heel ver. Je leven geven voor je broeder en zuster.

Maar kijk even mee naar de context van dit vers. Johannes wil zoveel zeggen als: zoals Christus liefheeft, zo moet ook de kerk liefhebben, de gemeenschap van Christus. Hij heeft ons zijn leven gegeven, waardoor wij leven hebben ontvangen. Het is een geschenk dat onvermijdelijk gevolgen heeft. Concrete gevolgen.

Liefde van Jezus brengt je uit de dood tot het leven. Nu al, hier in dit leven. Omdat je hart is geraakt door zijn genade. Je bent gezien en geliefd door God de Vader. En die liefde roept iets in je wakker. Hoe dan ook! Dat blijft niet zonder gevolgen.

En daarom: zoals Christus ons liefheeft, zo hebben ook wij elkaar lief…

Afgelopen week schreef dagblad Trouw over een pop-up klooster. Een klooster waarbij mensen een groep vormen om rond een ritme van stilte, meditatie, zingen en gesprek rust te vinden. Veel jonge mensen kwamen er op af. Ze voelen zich opgejaagd door werk, druk van de samenleving, alle verwachtingen, en zoeken naar zichzelf.

Ik las het verslag met veel belangstelling, maar ook met hele grote scepsis. Het uiteindelijke doel van dit alles was om dichterbij jezelf te komen. Om tot rust te komen en niet mee te gaan in de maalstroom van alledag. Heel goed en nodig natuurlijk. De stilte zoeken, rust bewaren in je hart en in je hoofd. Niet opgejaagd en rusteloos doorleven.

Maar is het niet ook heel eenzijdig en individualistisch? Als je vooral zoekt naar rust en innerlijke vrede voor jezelf? Blijft het dan niet ergens steken? Uiteindelijk zie je dat het evangelie een andere wending maakt. De vrede die God je schenkt in Christus, daarvan delen aan je broeder en zuster.

Johannes bedoelt in de eerste plaats de medegemeenteleden. De kerk. Als broers en zussen van het grote gezin van God. En wie broers en zussen heeft weet allemaal wel hoe dat gaat, in een gezin. Ik kijk met een schuin oog naar de kinderen en tieners. Ik geloof vast dat je dol bent op je broer of zus. Je kamer delen met een grote zus, af en toe haar schoenen lenen, of mee naar een vriendinnetje. Samen met je broertje buiten spelen of wat moois bouwen van Lego. Of trots op je grote broer die al studeert, maar altijd even vraagt hoe het met zijn kleine zusje is.

Maar o, wat kun je ook ruzie maken met elkaar. Toch? Altijd die vervelende opmerkingen van je broer. Het gezeur van je zusje. De aandacht die naar je broertje toegaat. Allemaal dingen waarover je flinke ruzie kunt hebben.

Elkaar liefhebben als broers en zussen, dat vraagt Jezus van ons. En dat is dus heel realistisch. Met vallen en opstaan. Een basale liefde voor elkaar, maar tegelijk lang niet altijd met elkaar door één deur kunnen, of soms flink botsen over van alles en nog wat.

Maar, heb elkaar lief, zoals Christus ons lief heeft. Het geloof in Jezus kleurt je gezindheid zo, dat je ook elkaar liefhebt. Niet dat dat dan zomaar volmaakt is, nee, daar moet je in groeien. Je leven lang. Liefhebben moet je leren, steeds weer. Maar de bron is het geloof in Jezus Christus. De liefde komt uit Hem.

Johannes maakt het in vers 17 trouwens heel concreet. Liefde is geen vaag en algemeen gevoel. Maar het is dit: de nood van een ander zien en, als je de mogelijkheid hebt, er iets aan doen. Dus, stel je voor, je ziet een broeder of zuster die gebrek lijdt, terwijl je zelf meer dan genoeg hebt om van te bestaan. Open dan je hart voor je broeder of zuster. Eigenlijk heel basaal. Zien wat een ander nodig heeft. En dan de tweede stap, als je mogelijkheden hebt, daar ook iets aan doen. Een hele praktische richtlijn voor het liefhebben van elkaar als broers en zussen in Christus.
En zo is liefde soms veel meer een daad, dan een gevoel.

Blijkbaar zit er in het liefhebben iets van jezelf. Zoals Jezus’ liefde voor ons Hem zijn leven kostte, zo vraagt liefhebben ook iets van onszelf. Het kost je iets om je broeder en zuster lief te hebben met de liefde van Christus. Daarvoor moet je weleens loslaten wat je graag had willen houden. Dat doet pijn. Dat kan heel moeizaam zijn.

Ik denk aan wat Paulus schrijft aan de gemeente te Filippi: Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. Hij had de gestalte van God, maar deed daar afstand van en nam de gestalte aan van een slaaf. (Fil. 2: 5, 7)
Wat je hebt, niet krampachtig vasthouden, maar los kunnen laten ten bate van je broeder, je zuster. Hoe dat gaat, wat dat is, daar zal ieder van ons zijn eigen weg in moeten zoeken en vinden.
Ruimte bij God
Vanuit geloof in Christus elkaar liefhebben. Het is een gebod dat Jezus ons gegeven heeft. Het is iets dat van ons gevraagd wordt. En al direct roept dat iets op van: hoe breng ik het er van af op die school van de liefde? Hoe staat het ervoor met mijn naastenliefde?

Johannes is daarin ook heel eerlijk en troostend. Blijkbaar herkent hij dat. Bij zichzelf, of bij de gemeente. Dat het gebod van Jezus ook onzekerheid oproept. Of moedeloosheid. Je wéet het wel, ‘je naaste liefhebben met hart en ziel’. Maar wat kan je hart je vreselijk aanklagen. Doe ik het wel goed? Hoe ver moet ik gaan? Had ik niet dit, had ik niet zus moeten doen. Je voelt je zo tekortschieten.

En wat kun je daarin genadeloos zijn voor jezelf. Het is nooit goed genoeg.

Johannes zegt dit: leg het voor aan God. Hij alleen kan je daarin verlichten. Leg je hart voor Hem open. Beken Hem je onzekerheid, je worsteling. Je tekorten ook en je schuld. Spreek het uit in de stilte voor God. Hij is mild en genadig. En zijn hart is groter, zoveel groter dan ons hart, dan onze schuld. En waar wij denken dat God nog strenger is voor ons, dan wij dat voor onszelf zijn, keert Johannes het om. God is zoveel milder en genadiger dan je voor jezelf bent.

Hij troost je hart en Hij stelt je in de vrijheid. Is er schuld en tekort? Belijd je het voor Hem, dan zal Hij je vergeven. Is je hart oprecht en zuiver, dan zal Hij je bemoedigen en bevrijden. En zo zal Hij je in vergeving en genade vrij maken. Vrij om onbevangen en oprecht lief te hebben.

Laten we elkaar daarom ook nooit oordelen of veroordelen, als het hierom gaat. Elkaar de maat nemen als het de liefde betreft. Het is zo’n kwetsbare en persoonlijke weg die God daarin met ons gaat. Waarin we moeten groeien, waarin we onze weg zoeken met de gaven en gebreken die we allemaal hebben. Onderwezen door God die ons bemoedigt, die ons vermaant als dat nodig is, maar die ons niet veroordeelt. In Christus zijn we vrij, vrij om Hem en elkaar lief te hebben.

Tot slot
Dit is zijn gebod: dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft opgedragen. Zo schrijft Johannes in vers 23.
Leven in Christus is dus geen mystiek gebeuren waarvan niemand eigenlijk weet wat het is. Nee, het is de belijdenis van Jezus als zoon van God, plus een leven in heiligheid en liefde.

En het is de Geest die ons daarin aanvuurt, zo lezen we tot slot in vers 24. Hij brengt je tot geloof in Christus. En Hij wijst je de weg naar het leven in liefde. Door zijn adem word je hart tot leven gewekt en overstroomd met Gods liefde en genade.

Kom o heilige Geest van God, en maak ons leven nieuw.

In Christus naam, amen.

1 Johannes 3: 11-24
Zondag 26 juli 2015, 9.30 uur, 6e zondag van de zomer
Schoonhoven (De Hoeksteen)
Ds. Hanneke Ouwerkerk