Boekenmarkt juni 2017

Wat Jezus aanbiedt is een juk

Misschien heb ik al eens verteld dat wij thuis graag de Tour de France volgen. Ook dit jaar probeer ik het zo goed mogelijk bij te houden. Alhoewel ik zelf fietsen van Schoonhoven naar Bergambacht al heel ver vindt interesseert die Tour me wel.
Natuurlijk omdat de etappes door vaak prachtige landschappen gaan – ik zeg altijd: als je de etappes kijkt ben je gewoon een beetje gratis op vakantie in Frankrijk – maar het interesseert me ook vanwege alle ‘gedoetjes’ in de Tour. Dat zijn er vele, ik wil er vanmorgen één uitlichten.

Want De Tour gaat niet alleen om die horde fietsende, zwetende mannen die een enorme prestatie neerzetten. Het gaat voor een belangrijk deel ook om de technische snufjes die ze hebben om die last wat te verlichten. Een bekend voorbeeld zijn de apparaatjes van Chris Froome: hij kijkt tijdens het fietsen niet om zich heen, maar op zijn apparaatje. En dat hem dat helpt om te winnen, is al meerdere keren bewezen.

Ik heb vorige week twee wielrennende mannen van dichtbij mogen bestuderen. En toen is me ook het belang van de extra spulletjes weer opgevallen. Denk maar niet dat je na een ritje fietsen een kans krijgt om te zeggen dat ze het goed gedaan hebben, of een kans krijgt om te vragen hoe ze het zelf vonden, want ze pakken meteen hun apparaatjes en zijn druk met het bestuderen van percentages, hartslagmeters, temperatuur, hoe krijg ik deze rit zo snel mogelijk online, en ga zo maar door. En dat blijft dan de rest van de dag zo.

Ik had kortom dus alle tijd om goed om me heen te kijken, en het viel me weer eens extra op: de wielerwereld zit vol gadgets. Nuttige en minder nuttige.
Sommige van die gadgets, zoals stickertjes, t-shirtjes en handschoentjes, helpen je niet om een berg beter op te fietsen, maar je ziet er daardoor wel stoerder uit. Maar er zijn ook hele nuttige die je echt helpen om beter door de etappe te komen, zoals hartslagmeters en percentagemeters.

Gadgets om je tocht makkelijker te maken.
De last blijft hetzelfde, het zijn nog evenveel kilometers en die berg die je op moet wordt er niet minder steil van, maar de gadgets helpen wel om het iets lichter te maken, om het iets makkelijker te maken.


Vanmorgen biedt Jezus ons ook zo’n gadget aan.
Een aanbieding die de tocht die je moet maken in het leven niet minder steil of minder moeilijk maakt, maar die wel helpt om er beter doorheen te komen.

Wat Jezus aanbiedt is een juk.

En dan denk je als hoorder in 2017 al snel:….. ehm…. Wat?
Een juk.
Dat is natuurlijk een beetje een ouderwets beeld in onze tijd.
Het gaat hier om een hulpmiddel dat vroeger gebruikt werd, in sommige landen overigens nog steeds gebruikt wordt, door mensen, om makkelijker een grote hoeveelheid kilo’s mee te kunnen nemen.
Misschien zouden we het een beetje kunnen vergelijken met een rugzak. Ook wel een passend beeld voor wie straks op vakantie gaat en zichzelf al ziet sjouwen met allerlei spullen, richting strand of richting zwembad, of misschien een bergwandeling gaat maken of zoiets.

Jezus zegt: als de rugzak die jij in het leven draagt nou zo vol is, zo zwaar, dat je moe bent geworden en daaronder gebukt gaat, kom dan naar mij toe. Want ik heb voor jou een rugzak die het dragen makkelijker maakt. En ik heb voor jou een bepakking te dragen die hanteerbaar is.

Dat klinkt als een prachtige aanbieding, die we als reizigers door het leven natuurlijk moeten aanschaffen!
Maar, zoals het altijd goed is om voordat je iets koopt even goed na te denken, is dat nu ook goed om te doen om teleurstelling te voorkomen.

Voordat we ingaan op deze aanbieding is het namelijk goed om je te bedenken wat Jezus erbij zegt.
Hij zegt bijvoorbeeld niet: Ik neem de last van je af, of: je hoeft in je leven nooit meer een last te dragen. Nee. We zullen in ons leven altijd een last blijven dragen. En daar kan denk ik iedereen die hier vanmorgen aanwezig is, over meepraten.
Jezus zegt wel: als je dit juk aanneemt, dan wordt je last draaglijk, dan ga je niet ten onder aan alles wat er op je nek ligt. Dan zul je rust vinden.

Het juk van Jezus. Een nuttig gadget, bedoeld om iets waar we allemaal mee worstelen, makkelijker te maken, lichter. Bedoeld om de reis door ons leven draaglijk te maken.

Als we dan dit juk, deze rugzak, aan willen schaffen, is de volgende vraag: hoe kom je er aan?

Tijdens onze vakantie vorige week was het helemaal niet zo moeilijk om gadgets aan te schaffen, op iedere hoek van de straat was een fietswinkel met talloze apparaatjes en spulletjes, je kon er zo binnenlopen en iets uitzoeken. Dat gaat in de Tourkaravaan waarschijnlijk ook zo: iedere ploeg-bus is vast afgeladen vol met spulletjes en reservespulletjes, je gaat er even langs en je hebt het.

Jezus nodigt ons ook uit om langs te komen. ‘Kom tot mij’ zegt hij. ‘Kom naar mij toe als je moe bent en je zoveel op je nek hebt dat je gebukt door het leven gaat’. Kom naar mij toe als je lichter door het leven wilt gaan, kom naar mij toe als je beseft: als ik zo doorga, dan red ik het niet.

En daar is al meteen een lastig iets. In dat komen naar Jezus toe. Het klinkt zo simpel, maar in de tekst die aan onze tekst vooraf gaat, lezen we dat de mensen in Jezus’ tijd daar helemaal geen zin in hadden. Zoals bijvoorbeeld de inwoners van de steden Chorazin, Betsaida en Kafarnaum. Jezus geeft ze er in het stukje tekst voorafgaand aan onze lezing behoorlijk van langs….. De inwoners van deze steden komen niet naar Jezus toe, ze blijven zitten waar ze zitten, en zoeken het zelf wel uit.

En dan kijkt Jezus om zich heen, wie zijn er dan wel bij hem? Wie zijn er wel gekomen? Tja, dat zijn eigenlijk met name ‘eenvoudige mensen’, zoals onze tekst zegt. Je zou ze ook wel ‘kleintjes’ kunnen noemen. Het zijn een beetje de randfiguren van de samenleving, die niet echt meetelden in hun tijd.

En daar zouden wij als gemeenteleden of bezoekers van de Hoeksteen zomaar ineens tussen kunnen staan……. want deze gemeente is een plek waar we het eerlijk mogen toegeven, als het niet meer gaat in het leven. Als onze rugzak te zwaar is om te dragen. We hoeven voor niemand de schijn op te houden. We hoeven ons voor niemand groter voor te doen dan we zijn, we mogen gewoon zijn wie we zijn, kleine mensen. Ik zeg wel eens, als ik hier iemand ontmoet die moet huilen en dat vervelend vindt: ‘als er ergens een plek is waar je mag huilen, waar je kunt huilen, dan is dat in de kerk’. Want op deze plek mag je komen zoals je bent, zoals je je voelt, in vreugde, maar ook in verdriet.
En ja, misschien zijn we in de ogen van velen wel dwazen. Want wie gaat er nou naar zo’n lap tekst van een predikant zitten luisteren, wie zingt er tegenwoordig nog met het orgel, wie gaat zijn vrije zondagochtend besteden aan een kerkdienst? Nou, wij dus. Want we hebben samen iets ontdekt: namelijk dat we ons helemaal niet groter voor hoeven doen dan we zijn. We hebben simpelweg niets te verliezen. Misschien omdat we alles al eens verloren hebben in ons leven, en de bodem van het bestaan hebben gezien. Misschien ook omdat we beseffen dat niets van wat we hebben, van onszelf is.

We hebben niks te verliezen, alleen maar te winnen. Maar dan op een andere manier waarop de renners van de Tour dat doen.

Als we het juk van Jezus op ons nemen, als we zijn rugzak omdoen, dan zal het ons opvallen dat deze helemaal niet zwaar is. En het zal je opvallen dat er heel veel dingen niet inzitten, waarvan je je af kunt vragen of je die dan echt niet nodig hebt voor je verdere reis? Ik noem maar wat: waar is bijvoorbeeld het vakje voor je angst voor gezichtsverlies? Waar zit het compartiment voor je noodvoorraad koeken? En waar laat je al aangeleerde houdingen?
Daar is dus geen ruimte voor.
Er zitten in die rugzak van Jezus, ook dingen in die je er zelf niet ingestopt had, dingen zoals Mattheus 10:38: wie zijn leven verliest omwille van mij, die zal het behouden en Mattheus 22: 37: Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38Dat is het grootste en eerste gebod. 39Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

Moet je daarmee op stap? Moet er niet een beetje meer wijsheid en verstandigheid in?
En terwijl je je dat afvraagt zie je ineens een groepje kinderen voorbijhuppelen. Ze hebben precies zo’n zelfde rugzak om en hebben daar absoluut geen hinder van. Ze leggen de route door het leven met speels gemak af en zien er heel ontspannen uit. Je zou er gewoon een beetje jaloers op worden.

Vrijdag vertelde één van onze bewoners over zijn kleinzoon van 3 jaar, die vaak op bezoek komt in het verpleeghuis. De jongen begint andere bewoners te herkennen, en hij heeft er een gewoonte van gemaakt om een aantal andere mensen in de zaal te begroeten. Hij loopt dan bijvoorbeeld steevast mevrouw van den Berg, die in haar vaste hoekje zit en vaak verdrietig is, en het enige dat hij doet is zijn handje in haar hand leggen. Je moet mevrouw van den Berg zien stralen, als hij dat doet.
Deze kleine mens kijkt voorbij aan haar vervormde gezicht en verlamde lichaam. Hij ziet het niet, of hij ziet er voorbij, omdat het niet belangrijk is. Deze kleine mens heeft ook geen last van de gedachte ‘wat zullen andere mensen van mij denken?’ want ook die gedachte is, laten we eerlijk zijn, een last om te dragen en eigenlijk helemaal niet belangrijk. Ze zitten niet in zijn rugzak.
We denken soms wel van kinderen dat ze zonder iets geboren worden, dat ze alles wat ze moeten worden en zouden moeten zijn nog moeten leren en moeten ontdekken, maar ze zijn in sommige opzichten verder dan wij. Zij hebben namelijk de gadgets van God.

Daar gaan ze dus, de kinderen.

Vrolijk huppelend, anderen blij makend met wie ze zijn en wat ze doen.
Maar ze zijn niet alleen, anderen komen achter hun aan.
Andere kleinen. Ik zie bijvoorbeeld veel van onze verpleeghuisbewoners er bij lopen,
en u ziet in uw gedachten ongetwijfeld ook mensen die u kent.
Het is een bonte stoet van mensen onderweg.
Een bonte stoet, net zoals onze Hoeksteengemeente een bonte stoet is.

Daar sta je dan, met je lichte rugzak.
En je kijkt nog eens naar die enorme zware tas die je naast je neer hebt gezet om achter te laten.
Die tas waar je aan gehecht was geraakt, en waarop staat ‘de drager van deze tas is wijs en verstandig’. Een tas waarin alles zit wat je aan overbodige ballast hebt opgedaan, een tas vol kennis die heeft veroorzaakt dat de afstand tussen jou en anderen, misschien ook tussen jou en God, steeds groter is geworden.
Daar sta je dan, te aarzelen.

En ineens hoor je naast je een stem: ‘wat denk je ervan, zullen we gaan?’
en je kijkt opzij.
Er staat een vreemde rabbi naast je. De rabbi die je uitnodigde om naar hem toe te komen en zijn gadget aan te nemen. Een rabbi die volgens velen met de verkeerde mensen omgaat. Mensen die op een wonderlijke manier lichter door het leven gaan.

‘Kom’, zegt Jezus, ‘ga met ons mee. We hebben onderweg veel te bespreken’.

P.G. De Hoeksteen
Ochtenddienst 9 juli 2017
Ds. Annemarie Roding