Wat voorbijgaat

Het Mattheusevangelie heeft een overduidelijke structuur, waarvan het geraamte gevormd wordt door 5 redes van Jezus. 5 toespraken, waarvan wij net een gedeelte uit de laatste hebben gehoord. Die laatste rede wordt wel een eschatologische rede genoemd. Jezus’ spreekt over wat komen gaat. Over zijn komst naar de aarde.

Hij gebruikt daarvoor taal die we ook lezen in het boek Daniël bijvoorbeeld. Mattheus 24 opent met heftige beelden van wat er gaande is. Oorlog, aardbevingen, vervolging. Beelden die beangstigend en dreigend zijn. Je maakt je allemaal wel een voorstelling van datgene wat je dan leest.

Ik weet niet goed of dat in de kerk nog wel leeft, de verwachting dat Christus terugkomt. Bezielt die hoop ons hart? Zien wij daar naar uit? Of is het iets van voorbij, wat men vroeger dacht, maar waarvan we ondertussen wel beter weten.

Heftige preken met een dreigende ondertoon hebben die hoop ook niet groter gemaakt, vermoed ik zo. Integendeel. Dan wordt de terugkomst van Christus een leerstuk dat helemaal losgezongen is van de werkelijkheid. Een stok om mee te slaan. Een middel om angstige mensen nog angstiger te maken.

Zo was het niet in de vroege kerk, onder de eerste christenen. Voor hen was het de houvast van het leven. Zij kenden heel sterk de verwachting van Jezus komst. En die hoop droeg hun geloof. Het bepaalt hoe je naar de wereld kijkt, hoe je leeft. En het behoed je voor angst, omdat het einde aan Christus is. En niet aan wereldse machthebbers, aan kwade machten of aan onze eigen angstige dromen.

Wat voorbijgaat

Er zijn er die vandaag de dag uit Jezus’ woorden menen op te maken dat het einde nu wel spoedig zal komen. Grootse dingen gebeuren er. Sommigen zijn angstig wat het presidentschap van Trump gaat brengen, of hij niet dictatoriale trekken heeft. Anderen vrezen de woorden van Wilders, die deze week voor de rechtbank sprak. Zijn bang voor de gevolgen van zijn scherpe woorden.
Geregeld worden er vergelijkingen getrokken met de jaren dertig, de opkomst van het nationaal-socialisme.

En aan de andere kant zijn er die juist al hun hoop vestigen op stevige politieke leiders. Op wetsvoorstellen over inperking van godsdienstvrijheid, duidelijke taal over ons land en ons volk.

Ook in de kerk wordt daar verschillend over gedacht, stel ik mij zo over. Binnen gezinnen, tussen generaties.

Jezus spreekt over de dingen die voorbijgaan, die niet zullen blijven. Het is iets wat veel van ons misschien wel herkennen. In een aantal decennia zijn zoveel dingen veranderd, anders geworden. Op het grote politieke niveau, de rol van Europa bijvoorbeeld. Maar ook in het klein, veranderingen in de zorg, in familiesamenstellingen. Dingen die direct raken aan je persoonlijke leven. Dat kan ook iets van leegte, van verlies met zich meebrengen. En onzekerheid, breekt alles nu steeds meer af? Of komen er ook andere tijden?

Volgens het evangelie leven wij midden in die tijden waar Jezus over spreekt. Tijden die al begonnen met zijn komst. En die nog altijd voortduren. Vaak zien we die woorden over de terugkomst van Jezus als iets wat nog uitstaat, wat allemaal nog in volle hevigheid moet losbarsten. Maar de dreiging van oorlogen, de hevige christenvervolging, mensen die zich opwerpen als verlosser, maar het niet blijken te zijn. Al die dingen, die zijn al eeuwenlang gaande. En wij zitten daar nog middenin.

Jezus slaat geen dreigende taal uit over een wereld die ten onder zal gaan. Nee, hij maakt ons alert en opmerkzaam op wat er gaande is. En tegelijk, zegt Jezus, niemand weet de dag dat Christus terug zal komen. De dag dat Hij recht zal zetten wat krom is, en vrede zal brengen waar verdeeldheid is, van die dag weet niemand het uur, alleen God de Vader.

Dat maakt ons ook nuchter, en terughoudend. Het behoedt ons ook voor al te grote woorden en al te snelle conclusies. Niemand weet de tijd, alleen God de Vader. En daarom, al die dingen die wij om ons heen zien, waar we midden in zitten, er is over gesproken door Jezus zelf. En misschien is er in dat opzicht niets nieuws onder de zon. Is de situatie nu werkelijk anders dan twintig, dertig jaar geleden, of hebben wij ook veel dingen niet gezien, niet opgemerkt?

Hoe dan ook, temidden van alles wat wegvalt, wat verdwijnt, wat over gaat, temidden van dat alles blijft dit bestaan: het woord van de Heer. Zijn belofte: ja, ik kom spoedig. Het woord, de logos, staat er in het Grieks. Het woord, waarvan gezegd wordt, het is Jezus zelf. Het vleesgeworden woord van God. Hij die het kloppend hart van de Vader aan ons getoond heeft. Jezus Christus is gisteren en heden en tot in eeuwigheid dezelfde. Zijn geboorte maakt zichtbaar hoe Gods woord niet krachteloos, niet zonder uitwerking blijft. Zo zeker als Jezus op aarde leefde, zo zeker komt Hij terug.

En tot die tijd, is ons de Geest gegeven. De Geest van Christus, die in ons de hoop wekt en het verlangen wakker roept op Jezus komst. Die hoop kenmerkt de christelijke gemeente. Wij laten ons niet meeslepen door de waan van de dag, of door hypes, of angstige voorspellingen en wilde speculaties over het einde der tijden. Nee. En natuurlijk wel, misschien zijn we juist wel heel gevoelig voor. Maar het evangelie draagt ons op om nuchter te zijn. En de Geest doordringt ons hart met vast geloof en vurige hoop op de dag van de Heer.

De komende is de gekruisigde

Jezus spreekt deze rede niet om angst aan te jagen. Integendeel. Zo zijn de woorden vaak wel gebruikt, om te dreigen en te veroordelen. Maar of daarmee het evangelie recht gedaan wordt, en of je hart daardoor geraakt wordt, en je leven vernieuwd, dat is maar de vraag. Jezus zaaide geen angst, maar preste de discipelen tot waakzaamheid.

Wees scherp en alert op wat er gaande is. Laat je niet zomaar meeslepen door wat gewoon is en wat ‘iedereen’ doet. Je kunt je leven ook verliezen, zegt Jezus. Als je zomaar achteloos leeft, voor de vuist weg. Zonder zicht op de werkelijkheid van God, die zegt: de tijden zijn in Mijn hand.

En daar wil Jezus je voor behoeden. En daarom dreigt Hij niet, maar kiest Hij een andere weg.

Nadat Hij deze rede heeft uitgesproken, zal Hij het laatste avondmaal vieren, samen met zijn leerlingen. Zijn weg gaat naar het kruis. De Heer die wij verwachten, is de gekruisigde Heer. Hij die niet veroordeelde, maar zelf het oordeel droeg. Aan het kruis ging Hij onder in de diepste dreiging die een mens maar kennen kan. Zonder God te zijn. Van God verlaten, in het dodenrijk.

Jezus draagt zelf het oordeel, en de angst, en het gericht. Opdat wij daarvan vrij zouden zijn. Opdat mijn angst veranderd wordt in vrijheid, en in vreugde. Omdat Christus voor mij instaat. En als Hij terugkomt, dan zien wij Hem als het paaslam, met doorboorde handen en wonden in zijn voeten.

Dat is wat Jezus hier zichtbaar maakt in die aangrijpende woorden. Hij trekt zijn handen niet van de wereld af, kondigt geen algehele vernietiging van de schepping. Nee. Hij draagt de wereld aan het kruis, om ons vrij te maken voor God.

Tot slot

En zo valt over de wereld de schaduw van de komende Heer. Wij roepen zijn nadering uit met diep ontzag en met een groot verlangen naar recht en vrede, in Christus naam.

Goddank vieren wij straks het avondmaal. Want niets doet ons vaster vertrouwen op Jezus Christus, die leeft en komen zal. En kome wat komt, vandaag of morgen, de wereld ligt in de handen van Hem die zichzelf met lichaam en ziel voor ons gegeven heeft. Aan Hem bevelen wij elkaar aan.
Amen

Zondag 27 november 2016, 10.00 uur
1e Advent
P.G. de Hoeksteen
Ds. Hanneke Ouwerkerk