We verklaren ons bereid om de uiteindelijke beoordeling door Hem te ondergaan

Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met grote macht en heerlijkheid. Dan zal hij de engelen eropuit sturen om zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeen te brengen, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel. Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader (Marcus 13:26v.32)

I.  Soms hoor je mensen wel zeggen, dat je je niet veroordelend mag opstellen. Niet vanuit je eigen waarden oordelen over de manier van leven van een ander. Nee, klopt – dat kan een maatschappelijke werker of een hulpverlener in de verslavingszorg in het contact met een cliënt ook niet doen.

Maar nooit een oordeel hebben over een ander mens – wie kan dat volhouden ?  Ook mensen die dat nooit veroordelen belangrijk vinden, oordelen zelf wel eens over anderen. Mensen die geen probleem hebben met welke vorm van seksueel gedrag ook – kindermisbruik uitgezonderd – zullen zeker elke discriminatie op grond van ras veroordelen.

Je liever niet veroordelend opstellen tegenover een ander. Daarachter zit de theologische gedachte,  dat alleen God de geheimen van ons hart kent en dat Hij daarom bevoegd is om te oordelen; dat Hij het laatste oordeel over goed en kwaad mag geven.

Bedenken we, dat er een verschil bestaat tussen serieus nadenken over goed en kwaad en onze neiging om morele en persoonlijke oordelen te geven. Aan die drang om over anderen te oordelen, geven we allemaal toe. Denk maar aan het ‘beurzen’, het nieuwtjes uitwisselen op de dijk, zoals de oudere generatie dat deed in onze streek. En aan de angst, dat de mensen misschien over je zouden gaan praten. Waarom doen we het ? Dat praten over anderen zorgt ervoor, dat wij onszelf een moment beter voelen dan andere mensen; die zijn in onze gedachten mindere of zelfs minderwaardige schepselen. Goed om dan te bedenken, dat Jezus heeft gezegd, dat wie zonder zonde is, als de eerste een steen moet werpen naar de zondares(Joh 8:7).

Goed, een ander veroordelen dus liever niet doen. Maar feitelijk beoordelen we anderen en worden we beoordeeld  heel de tijd door. Want we zijn zo met het leven van anderen verbonden, dat we aanhoudend de uitwerking voelen van wat zij doen, zeggen en van hoe zij eruit zien. We kunnen niet anders dan hen beoordelen. Maar het is zeker voor ons meer gezond om beoordeeld te worden dan om zelf te oordelen. Dat we gemeten worden aan wat we zouden moeten zijn. Waarom? Omdat we uiteindelijk niet het recht hebben om te denken, dat anderen moreel minder zijn dan wijzelf. En omdat we er ook echt wat aan hebben, als we onszelf leren zien zoals anderen ons zien. Gelukkig maar, het leven heeft een oordeel over ons. Het gewone leven zit vol met – zogeheten – tijdelijke en voorlaatste oordelen; gebeurtenissen, waarin we worden getest en waardoor we een heel eigen vorm aan ons leven krijgen. In het gedicht ‘Karakter’ beschreef Ida Gerhardt, dichter en onderwijzeres, het zo: “Wanneer ik eenmaal mijn pensioen zal halen/ (…) dan zal (…) mijn hart zijn overstempeld als een pas. Het kleinste kind zette er initialen,/ zijn onuitwisbaar merk iedere klas;/ (…) Zo God het wil, zet hij in alle klassen/ zijn stempel – mooi of lelijk – in de passen;/ maar het is hij, die duizend stempels heeft.”

En elk onderzoek, elk examen is hiervan een voorbeeld. Maar er zijn ook veel ervaringen, die strikt genomen geen onderzoek zijn, maar wel zo werken; die werken om de kwaliteit te testen – van onze moed, onze vasthoudendheid, onze liefde en die zo ons leren een eerlijk oordeel over onszelf te vormen. In de praatgroep op dinsdagavond lezen we verhalen over de levens van Abraham, Izaak en Jakob en hun vrouwen. En we ontdekken, dat steeds weer het geloof en het vertrouwen van die mensen wordt getest.  Durven ze het waagstuk aan met God, die hen geroepen heeft ? Je kunt dan ook  zeggen, dat heel ons leven een soort oordeel is, een test, een onderzoek, dat God doet naar de kracht, de moed, de hoedanigheid van ons mensen. Durven wij te vertrouwen op God  en wat Hij belooft?

II. Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden (geloofsbelijdenis van Nicea)  De geloofsbelijdenis stelt dat alle voorlopige beoordelingen, alle dagelijkse tests van wat wij dan wel waard zijn als mensen, eens ophouden en worden afgerond in een definitief oordeel. We zullen geleid worden voor de troon van onze Vader en van Jezus, die in de wereld kwam met het eerste kerstfeest. Die zal onderzoeken wat we deden en wat daarvan in overeenstemming was met de roeping, die we gekregen hadden. Pas dan zal ons eigen levensverhaal en ook dat van de wereld, volkomen zijn. Pas dan zal het complete verhaal bekend worden, wanneer alle kleine onderzoeken uitlopen in het definitieve oordeel bij de wederkomst van de Heer.

Maar moet er dan nog iets gebeuren met ieder van ons en met de wereld ? Jezus Christus is toch al gekomen en Hij is toch al geopenbaard als de Heer ? In de kribbe en in wat Hij de mensen heeft geleerd en in hoe Hij de mensen hun zonden vergaf, in zijn lijden en sterven aan het kruis, in zijn opstanding ? Ja, maar toen was het in verborgenheid en was zijn heerlijkheid verhuld, was Hij incognito. Je kunt in Jezus nog steeds een misleide godsdienstfanaat zien, zoals velen in zijn tijd deden, of een persoon, die een bedreiging vormde voor de politieke rust van Israel. Of  Hij is – zoals mensen nu zeggen – een gestalte vervaagd in de mist van de geschiedenis, zonder enige betekenis voor vandaag.  Jezus is geopenbaard, maar dan aan de ogen van het geloof, zoals we straks (in de zondagen van Advent) gaan ontdekken in de verhalen over de familie van Jezus. Er staat nog een andere en absoluut onontkoombare openbaring te wachten. Wat was verborgen in de kribbe van Betlehem en aan het kruis van Golgota, zal bekend gemaakt worden in heel de wereld. Niemand weet hoe of wanneer dat zal gebeuren. Maar we weten wel, dat God, die de gekruisigde Jezus uit de dood heeft opgewekt, erop toeziet, dat Jezus zijn werk zal afmaken, zowel in ieder van ons als in deze wereld.

Voor de wederkomst in heerlijkheid van Jezus de Heer hoeven mensen geen angst te hebben, maar die mogen ze verwelkomen en blij begroeten. Zo meteen zien we waarom dat is – maar het is overal in het Nieuwe Testament te lezen. Mensen verwelkomen het goede einde, als deze verkeerde wereld, verscheurd door oorlogen en haat en honger en domheid, tenslotte vernieuwd wordt door Jezus de Heer en de nieuwe hemel en aarde, zoals die openging in de kerstnacht, volmaakt zullen worden.

De laatste zin van het laatste bijbelboek (Openbaring) is een gebed om dat goede einde: Amen. Kom Heer Jezus ! (Opb 22:20) Kom en wees zelf het einde van al onze verhalen, reinig ons zo van de zonde, dat we het koninkrijk van de Vader kunnen binnengaan.       III. Zo-even had ik het over de voorlopige beoordelingen, die we ondergaan wanneer ons geloof wordt beproefd en waardoor we worden aangemoedigd om te leven vanuit het evangelie. Wat we hier zo meteen gaan doen, is misschien wel het belangrijkste wat we deze zondagochtend kunnen meemaken. Als we de maaltijd van de Heer vieren, verklaren we  ons bereid om de uiteindelijke beoordeling door Hem te ondergaan; we zien we uit naar de openbaarwording van onze Heer Jezus Christus in heerlijkheid.

Hoe kom ik daarop ? In een brief aan kerkmensen maakte de apostel Paulus dat eens duidelijk. In een bepaalde gemeente was de maaltijd van de Heer een bron van conflict en verdeeldheid geworden in plaats van een bron van liefde en onderling vertrouwen. En hij schreef aan die kerkmensen zoiets als: Denk er alsjeblieft om. Het is de zuurtest om de kwaliteit en de waarde van uw geloof vast te stellen. Want het eten van het brood en het drinken van de wijn bij het avondmaal om de Heer te gedenken is hetzelfde als een beoordeling ondergaan. Wie dit ondergaat,  maar er niet op voorbereid is  – en Paulus denkt dan aan hun schandelijk gedrag en dronkenschap bij het eten – brengt zichzelf in gevaar. Het vieren van het Avondmaal moeten ze serieus gaan nemen.

Wat Paulus schrijft is niet gemakkelijk te begrijpen.“Als we onszelf zouden toetsen, zouden we niet worden veroordeeld. Maar nu velt de Heer zijn oordeel over ons en wijst Hij ons terecht, opdat we niet samen met de wereld zullen worden veroordeeld.”(1 Kor 11:31v).

Maar het betekent ongeveer dit. Het is niet zomaar dat we uit een beker drinken. De beker, waaruit we drinken, stelt het oordeel van God voor. Toen Jezus naar het kruis ging, aanvaardde Hij dat Hij de beker moest drinken, de beker van Gods toorn over zondige mensen. Wanneer wij na Jezus uit de beker drinken, aanvaarden we dat onze situatie zo wanhopig was, dat de Zoon van God naar de wereld moest komen en dat Hij mens moest worden en de dood ondergaan onder het goddelijke oordeel, al had Hij zelf geen kwaad gedaan. Als wij hier (aan de maaltijd van de Heer) eten en drinken, aanvaarden we de veroordeling, die Hij droeg, zodat wij ervan bevrijd zouden zijn, levend in en door Hem.

We moeten ons niet vergissen in wat hier gebeurt. Bij het vieren van het Avondmaal denken we ons in, wat het allemaal heeft gekost.     Maar we  drinken ook na Jezus uit de beker, waarover Hij als eerste de dankzegging heeft gedaan. We eten en drinken met vreugde, omdat we weten dat onze Heer het oordeel heeft gedragen voor ons, een voor allen, eens en voorgoed, en dat we toegang hebben tot het Koninkrijk van God.  En waarom we dan vooruit kijken, vol verwachting, naar het openbaar worden van de Heer,  zoals een kind blij-gespannen kan wachten op wat komen gaat op de verjaardag ? Een oordeel zullen we ondergaan, samen met heel de wereld – dat is toch niet om echt naar uit te kijken ? Hij zal wederkomen in heerlijkheid om te oordelen de levenden en de doden (geloofsbelijdenis van Nicea). Is dat een dreigement of niet ? Het enige goede antwoord kun je vinden in de persoon van Hem, die zal wederkomen. Want wie is dat ? Het is geen woedende godheid, maar het is degene, die gestorven is voor ons. Calvijn schreef ooit: “Hij verschijnt voor het aangezicht van de Vader als onze trouwe pleitbezorger en middelaar… Hij vult met genade en vriendelijkheid de troon, die voor ongelukkige zondaars anders gevuld zou zijn met dreiging”.   En we zeggen het hem na: Hij die komt om te oordelen is niemand anders dan Hij, die gestorven is voor ons; Hij – het voertuig van Gods bereidheid om te vergeven. Dat is het evangelie van deze zondag.

Amen

Ds. C. Koole