Wij roepen zijn naam: Jezus!

En wanneer acht dagen vervuld zijn
en hij besneden moet worden,
wordt als zijn naam Jezus geroepen,
geroepen door de engel
voordat hij in de moederschoot werd ontvangen.

‘God is een trui die wij voor onszelf gebreid hebben, om ons naakte lichaam mee te bedekken.’ Een jonge Nederlandse schrijfster zei het vorige week in een interview in de Volkskrant. ‘God is een trui die wij voor onszelf gebreid hebben, om ons naakte lichaam mee te bedekken.’ (Volkskrant, maandag 17 december 2018)

Zij verwoordt hiermee iets, waar veel van ons zich zomaar bij aansluiten. Het Centraal Planbureau drukt het uit in cijfers, de radio besteedt er uren praatprogramma aan. Ik, de mens, heb God opgetuigd, om mijzelf de troost te geven, die niemand mij geven kan. Maar meer dan een verzinsel, meer dan een loze kreet, is hij niet.

Je zal het zelf misschien niet zo zeggen, maar als je het dan zo leest, of iemand anders hoort zeggen, dan denk je toch, daar zit wel wat in. En als jij het niet denkt, dan denkt je kind het wel. Of je vriend. Je partner.

En met het horen van de woorden van Hofman, merk je misschien hoe droevig het is, en hoe angstig leeg. Zij vertelde zelf ook, hoe groot het gat in haar leven is. En hoe beangstigend zinloos. Toen ik het las, heb ik getreurd om mijn generatie; zij is een dertigers, en veel van ons zitten precies in die levenssfeer waar zij over schrijft. Je herkent er wel iets van denk ik. Weet je gezegend, als je het niet herkend, en een rotsvast geloof hebt in de levende God.

Roepen

Zo klinken allerlei stemmen in onze tijd, en wordt er van alles geroepen. Let daar eens op, wat de voorpagina van de krant roept. Of de teksten bij de instagramfoto’s die voorbijkomen. Of de podcast die je dagelijks luistert en de muziek die je hoort. Let er eens op, wat je allemaal hoort. Soms zijn het goede woorden. Soms lijken het goede woorden, maar zijn het stekende, onware, genadeloze woorden. Ze trekken je naar beneden, en halen je onderuit, terwijl je net weer op je benen stond.

Keizer Augustus roept zijn eigen naam uit. De zonnekoning. Iedereen moest weten wie hij was. En omwille van hemzelf, moet elk mens in beweging komen. Van meet af aan komt God binnen in een wereld, die beheerst wordt menselijke machten. Altijd al klinkt er een tegenstem, tegen het verhaal van God. Maar de hardste schreeuwer, is niet altijd degene die de waarheid spreekt. Dat weet je ook wel, uit de klas, of van de app, of bij je sportclub. Wie hard moet schreeuwen, is vaak bang dat je doorhebt hoe leeg zijn woorden zijn.

Terwijl al die stemmen klinken, en al die mensen roepen, misschien doe je net zo hard mee, temidden van al het schreeuwen, wordt een naam geroepen. Tussen al die stemmen door, wordt de naam van Jezus geroepen.

Midden in de tsunami in Indonesie, terwijl de chaos alles verwoest. In een huiskamer, waar de kaarsen branden, maar een lege stoel staat, een stille plek. In een gezin, waar geschreeuwd en geslagen wordt en een kind op haar kamer de naam van Jezus fluistert als een wanhopig gebed. Door de vrouw die een kind verwacht, een diep gekoesterd verlangen vervuld. In het huis waar vriendschap woont, en liefde is.

Vandaag zijn wij in het huis van de Heer, of thuis verbonden, om die naam te horen. We leggen ons oor te luisteren, om die ene naam te horen. Jezus! Want als die naam niet geroepen wordt, als die naam nooit gehoord wordt, en nooit meer klinkt, dan kunnen we de boom wel aftuigen. En de lichten doven. En de moed opgeven. Als Jezus er niet is, is er ook geen Kerst om te vieren. Als het boek leeg is, is het stil, en eenzaam.

Maar in de nacht is een kind geboren. En op de 8e dag werd hij besneden en werd zijn naam voluit geroepen: Jezus! Wat de engel had gezegd, Jezus moet je hem noemen, wordt vandaag waar. Hij wordt genoemd. Zijn naam wordt geroepen. Jezus. Joshua. Zijn naam is de belofte van God. En de grens van tijd en plaats versmelt, en samen met Maria en herders en engelen, samen met kerkvaders en – moeders, met gewone gelovigen en zoekende twijfelaars, roepen wij vandaag die ene Naam uit: Jezus!

De naam Jezus

Ons Kerstfeest cirkelt om die Naam. Daarom tuigen wij de boom op, en branden wij de kaarsen en zingen wij van licht. Om het kind dat zich in de baarmoeder van Maria genesteld heeft, zijn naam was al genoemd voor Hij geboren was. Zo nestelt God zich in jouw leven, in de tijd, op deze aarde. God laat zich beperken door tijd, en door ruimte. Door een lichaam.

Als het kind een andere naam gekregen had, als er geen kind gekomen was, dan, ja dan was God een trui die wij voor onszelf gebreid hebben. En met een paar draadjes wil die je uit de trui trekt, valt dat wat je gebreid hebt zomaar weer uit elkaar. Maar ons is een ander verhaal verteld. Ons is een Naam gegeven. Niemand heeft die Naam bedacht, in geen mens is dat opgekomen. Maar God heeft die Naam gegeven, en op de 8e dag na zijn geboorte roept een moeder, een vader, die Naam. En de echo daarvan klinkt nog altijd door. En voluit roepen wij vandaag die Naam, in een diepe aanbidding voor het Kerstkind.

Maar met die Naam kun je niet alle kanten op. Het is een hele specifieke, hele uitgesproken Naam. Waardoor Kerst ook een heel specifiek, uitgesproken feest is. Het gaat om Jezus. En in zijn Naam ligt alles genoemd waar het om draait.

Het is Jezus. Besneden als een joods jongetje, op de 8e dag. God verbindt zich aan het Joodse volk, van wie Jezus helemaal deel uitmaakte. Vernoemd naar Jozua, die zijn volk door de Jordaan liet gaan om het beloofde land binnen te gaan. God begeeft zich met Jezus midden in een volk, een familie, een geslacht.
Daarom wordt Jezus ook de Messias genoemd. Gezalfde van God, gezonden om verlossing te brengen. Verlossing van Israel, betekent verlossing van alle volken. In dat hele Joodse leven van Jezus, ligt juist ook de reikwijdte. In zijn verbinding met het Joodse volk, verbindt Hij zich met ieder mens. Aan steeds weer een familie, aan elke keer weer een gezin, in de synagoge, aan de kerk.

Misschien is het daarom dat een kerk in Den Haag een eindeloze kerkdienst viert, al wekenlang zingen, bidden, lezen. Voor die ene familie, die dreigt uitgezet te worden. En met dat zij opkomen voor die ene familie, komen ze op voor alle kinderen die mogelijk uitgezet worden. Je kunt het naïef noemen, of een vermenging van kerk en staat. Maar misschien voelt deze kerk wel heel goed aan: Jezus verbindt zich met zijn leven aan een enkele mens, aan een kind, aan een familie. En daarom komen wij op voor dit gezin, in de naam van Jezus.

Vergis je niet, rond de Naam van Jezus wordt veel strijd gevoerd. Als je het eerste deel van Lucas 2 leest, ben je gelijk genezen van het idee dat het kerstkind licht en liefde brengt. Wat Hij brengt, is verlossing. Niets minder dan verlossing.

Hij komt in de wereld van keizer Augustus. Van de macht, en het getal. Hij komt in de wereld van een tsunami, en van terreur. In de wereld van een gebroken gezin, en een stukgelopen relatie. In de wereld van dood, en verstikkende eenzaamheid. En van zonde en slavernij. Dat is de wereld waarin het kind komt. En met minder dan verlossing, dan zijn we verloren.

Hoe zou het ons vergaan, als het kind Jezus Christus ons niet achterop kwam, en uit de duisternis trok, en zijn Naam over je uitschreef. Hoe zou het je vergaan? Hoe zou het ons vergaan, als wij geen feest te vieren hadden? En de tijd maar door en door ging en nooit onderbroken werd. Verstikkend is het, en stil, en zielloos.

Maar in de nacht is het kind gekomen. En overal en altijd wordt zijn Naam gefluisterd in de stilte, geroepen in de chaos en geprezen in hemel en op aarde. Als een tegenstem tegen de wanhoop van een volk in onderdrukking, van een generatie in lege zinloosheid, een mens in duisternis, een armoedige samenleving. Daar is het kind geboren. Zijn Naam wordt geroepen als een teken op de puinhoop.

Misschien hoor je die naam voor het eerst. Misschien hoor je vandaag voor het eerst dat Jezus zijn Naam tegen jou zegt. Ik ben Jezus. En als Hij zijn Naam tegen je zegt, dan begint er al iets nieuws in je leven. Let maar eens op. Dan legt Hij zijn Naam als een kracht over jouw leven, als een grond onder je voeten, als een lied in je hart.

Tot slot

Als je vandaag aan tafel zit, in groot gezelschap, of kleine kring, misschien wordt er veel geroepen, over en weer. Allemaal even grappig, en gevat, of cynisch misschien. Soms zit je er bij en doe je mee, maar denk je ondertussen, wat een toneelstuk voeren we met elkaar op. Wat een treurige praat is dit. Misschien kun jij vandaag de naam van Jezus noemen, aan tafel. Gewoon, in een gebed. Of tegen je buurman naast je aan tafel. Of als het even stilvalt.

Misschien ben je alleen, vanmiddag, vanavond. Is het stil aan tafel. En schreeuw je in je hart tot God, of hij je eenzaamheid doorbreekt, en Jezus Naam als een hand op je hoofd legt.

Overal waar die naam geroepen wordt, of gefluisterd, of gebeden, gaan wij in de voetsporen van al die duizenden mannen en vrouwen en kinderen die in Jezus hun leven gevonden hebben.

En dan barst ons hart, en breekt dit huis uit haar voegen, omdat, Goddank, het kind geboren is. Wij roepen zijn naam: Jezus! Hij die verlost! Of je er op zit te wachten of niet, of je zelf aanmoddert, of allang gemerkt hebt dat je het niet redt, dat je verloren bent als de Heer je er niet bij trekt, hoe het ook zij, zijn Naam is ons gegeven.

Als een dageraad, als de dag die aanbreekt. En wij groeten het morgenrood. Jezus, de opgaande zon. In Hem is heel mijn leven.

Halleluja, amen!

1e Kerstdag 2018, 10.00 uur
P.G. de Hoeksteen
Lucas 2: 6-21 (tekst: vers 21)
Ds. Hanneke Ouwerkerk

Een gedachte over “Wij roepen zijn naam: Jezus!”

  1. Mooie preek Hanneke. Jammer dat ik niet geweest ben omdat ik naar de nachtdienst gegaan ben. Na het lezen kwam de spijt.
    Gelukkig dat jij ons je preken laat lezen. Fijne dagen en dat jullie ook als gezin de naam maar vaak mogen horen.

    Mark speelde in de nachtdienst SCHITTEREND.!!!!!!

Reacties zijn gesloten.