Wonderlijke solidariteit!

Iemand vroeg hem: Heer zijn er maar weinigen die worden gered? Het is een oermenselijke neiging, of misschien wel behoefte, om de mensheid op te delen in twee groepen. In rechtzinnigen en ketters. In uitverkorenen en mensen die verloren gaan. In goede en slechte gelovigen. En dat wordt dan vaak: in wij en zij. In Syrië wordt de mensheid momenteel verdeeld in Alawieten en Soennieten – wat de verschillen precies zijn is voor buitenstaanders niet zo helder – wel dat de gevolgen rampzalig zijn. De Egyptenaren delen zichzelf op in moslimbroeders en seculieren die godsdienst en staat willen scheiden. Met de christelijke minderheid als huilende derde… Maar altijd weer: wij en zij. Altijd weer een groep die aan de goede en een groep die aan de verkeerde kant van de streep staat. Iemand vroeg hem: Heer zijn er maar weinigen die worden gered?

De bijbel geeft vaak aanleiding om zo in tweedelingen te denken. Het gaat in het OT altijd maar over Israel als het uitverkoren volk… tegenover de heidenen. Het is als lezer van het OT telkens weer zaak om niet uit het oog te verliezen dat Israel is uitverkoren ter wille van alle volkeren… dat Israel is geroepen is om een zegen te zijn voor alle volkeren. In het NT richt Jezus zich dan ook opvallend vaak tot de heidenen. Paulus ziet het zelfs als zijn levenstaak om het evangelie naar de heidenen te brengen.   Maar toch… wanneer we luisteren naar de gelijkenissen van Jezus, naar de zijn prediking.. dan ontkomen we haast niet aan de gedachte dat ook het evangelie scheidslijnen trekt.  Wie worden gered, worden zalig? Wie mogen de deur naar het Koninkrijk door, wie blijven buiten staan? Wie doet het goed, wie doet het verkeerd?

En dan krijg je die indrukwekkende timpanen in Frankrijk, met links (voor de kijker) de heiligen en rechts de mensen die naar de verdommenis gaan.  Dan krijg je ketterprocessen in de kerk, en de excommunicatie van anders-denkenden.  Dan krijg je vooral veel verdriet bij mensen: mijn partner, mijn broers, mijn kind gelooft niet meer, gaat hij/zij verloren? Iemand vroeg hem: Heer zijn er maar weinigen die worden gered? De Bijbel maakt het ons beslist niet altijd makkelijk!   Jezus is in Lucas 13 op reis naar Jeruzalem. Een reis die lang begint te duren. Steeds wordt Jezus onderbroken: door een zieke, door mensen die willen praten, door farizeeën die willen discussiëren, door een ontmoeting met een zieke maar het is net Sabbat…

Vanmorgen hoorden we dat Jezus opnieuw wordt opgehouden: Iemand vroeg hem… Die iemand wordt niet verder toegelicht. Geen naam, geen gezicht. We horen niet of de vraag oprecht is, of dat het om een strikvraag gaat. Het is ‘iemand’, het kan dus iedereen zijn. De vraag is vooral een heel menselijke vraag. . Iemand vroeg hem: Heer zijn er maar weinigen die worden gered?

Jezus zegt niet: Welnee joh, iedereen wordt gered. Jezus zegt niet: Joh, het maakt niet uit wat je gelooft, wat je doet. Het komt gewoon allemaal goed. Nee, Jezus maakt duidelijk dat het wél uitmaakt wat je gelooft, en het maakt wél uit wat je doet: Doe alle moeite om door de smalle deur (geen poort, een deur, die is smaller – ook dat nog!) naar binnen te gaan, want velen, zeg ik, zullen het proberen, maar er niet in slagen. Dit is wat de omstanders te horen krijgen: doe je stinkende best, ook al weet je dat je het eigenlijk niet kunt. Zo staat het er letterlijk: velen willen wel, maar ze kunnen het niet. Uit zichzelf het Koninkrijk van God betreden. Uit zichzelf zalig worden. Een hemels leven leiden. Een hemels leven creëren. In modern Nederlands vertaald horen we Jezus zeggen: mensen willen wel van alles, maar het leven is nu eenmaal niet maakbaar.

Veel mensen zijn erg knap… en vaak van goede wil… en toch zijn wij mensen ook onmachtig. We zouden wel een betere echtgenoot willen zijn, een betere partner, een betere ouder, een betere collega. We zouden wel een einde willen maken aan de ellende in Syrië, in Egypte. We zouden wel een einde willen maken aan de economische crisis, aan de problemen in de zorg. We zouden wel ziekte willen uitbannen, iedereen gezond en gelukkig laten leven. Om de een of andere reden is er altijd  wel iets dat ons tegenhoudt. In het antwoord van Jezus weerklinkt de spanning: waarin we het als mensen moeten zien uit te houden: de spanning tussen dat wat wij verlangen enerzijds, en dat wat wij kunnen anderzijds.

Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan… want velen zullen het proberen, maar er niet in slagen. Als de heer des huizes is opgestaan (het gaat nu om de jongste dag, om de uiteindelijke dingen), en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: Heer, doe open voor ons, dan zal hij antwoorden: Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?  (Dat was een oude rabbijnseformule waarmee mensen werden ge-excommuniceerd uit de synagoge. In Nederland is de filosoof Spinoza een bekend voorbeeld van joodse excommunicatie.)  Dan zullen jullie zeggen: Maar we hebben met u gegeten en gedronken, we hebben naar uw onderricht geluisterd? Hij zal tegen u zeggen: Ik ken jullie niet, weg met jullie wetsverkrachters. Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jacob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten (vers 28) wordt. Letterlijk staat er: wanneer je er wordt uitgegooid.

We kunnen nu zeggen: het evangelie vraagt het onmogelijke van ons. We moeten van alles en nog wat van Jezus, maar tegelijk zegt hij dat de meesten van ons altijd tekort zullen schieten. We kunnen ook zeggen dat het evangelie hier gewoon heel realistisch is: het leven is uiteindelijk niet maakbaar. We kunnen doen wat we willen, maar we zullen als mens altijd te kort schieten. En wat Jezus hier doet is ons gebrekkige mensen met de neus op de feiten drukken. Niet leuk, wel waar.

Iemand vroeg hem: Heer zijn er maar weinigen die worden gered?

Ik moet u eerlijk zeggen: het is dat deze tekst op het rooster staat, anders had ik hem niet gekozen – terwijl ik nog half in een lichtvoetige vakantiestemming ben.  Maar dan ligt die tekst er… en dan ga je zo’n tekst toch bekloppen en bevoelen en van binnen bekijken. En dan vallen toch twee dingen op: 1. Als Jezus het Koninkrijk van God schildert, dan wijst hij op Abraham en Isaak en Jacob en de profeten. Hij plaatst zichzelf niet in dat plaatje. Hij laat zichzelf buiten staan.  alsof Hij er tegelijkertijd wel en niet is. Alsof hij wel bij de deur staat, maar aan de buitenkant, niet aan de binnenkant.  2. Jezus gebruikt het werkwoord: buitengesloten worden / eruit worden gegooid. Dat woord komt een aantal keer voor in Lucas. De eerste keer en de laatste keer gaat het om Jezus zelf die naar buiten wordt gegooid. Lucas 4: 29: bij zijn eerste openbare optreden in Nazareth wordt Jezus de stad uitgegooid en bijna van een berg af geduwd. En in Lucas 20: 15 vertelt Jezus de gelijkenis van de pachter van de wijngaard, die eerste de knechten van de eigenaar wegsturen, en uiteindelijk de zoon van de eigenaar de wijngaard uitgooien en hem doden. We weten: die zoon staat voor Jezus zelf. Kort op deze gelijkenis volgt dan ook de arrestatie en kruisiging van Jezus op een heuvel even buiten Jeruzalem. Over ‘eruit gooien’ gesproken

Volgens het evangelie zijn wij mensen niet of nauwelijks bij machte zijn om de smalle deur van het Koninkrijk van God binnen te gaan. Maar als we dan buiten staan, buitengesloten zijn, dan ontdekken we dat we daar niet alleen staan, maar in het gezelschap zijn van Jezus … die er ook telkens werd uitgegooid: uit Nazareth, uit de Synagoge, uit Jeruzalem. Wonderlijke solidariteit! Zelfs in onze verworpenheid is Jezus ons nabij. Wonderlijke solidariteit die onze eenzaamheid en hopeloosheid verlicht. Er is een bekend verhaal (misschien is het een legende) over een Poolse kinderarts, Janusz Korczak, die met joodse kinderen uit zijn weeshuis mee de gaskamers inging. Om ze niet alleen te laten in hun nood. Ook al kostte hem dat zijn eigen leven. Wonderlijke solidariteit. God geve dat de Syrische kinderen die afgelopen week door een gasaanval omkwamen zijn bijgestaan door God, door mensen, door Jezus…

Tenslotte neemt onze lezing opnieuw een laatste wending. Nadat Jezus  heeft verteld hoe moeilijk het is om door de smalle deur van het Koninkrijk, schildert hij hoe op de jongste dag…mensen uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen toestromen en aan tafel zullen worden genodigd in het Koninkrijk van God. En bedenk wel: er zijn laatsten die de eerste zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn. Dat is dan weer wonderlijk royaal: uit alle windstreken stromen de mensen toe. De mensen van wie je zou denken: die horen er niet bij, die zijn welkom. Van hen van wie je eigenlijk zou verwachten die  komen er wel, die worden buitengesloten. En Jezus van wie je zou verwachten: die krijgt de ereplaats, die blijkt zich juist onder de mensen die zijn buitengesloten te scharen – in een wonderlijke solidariteit. Wonderlijke omkering! Makkelijk is het evangelie nooit. Maar het evangelie is wel ongelooflijk verassend, en storend, en uitdagend en troostend voor allen die ervoor kiezen om de weg van Jezus te gaan, om Hem te volgen: naar Jeruzalem, naar Golgotha, naar het kruis, om uit te komen bij de opstanding – de opstanding die vooral het grote nieuwe begin is dat God met ons heeft gemaakt en maakt en zal maken.

Amen.

Ds. Frans-Willem Verbaas