Zo groot, zo sterk blijkt de kracht van zijn liefde te zijn

Wie een kind krijgt, wordt zelf ook opnieuw geboren. Je wordt voor het eerst (of opnieuw): moeder, vader. Je blijft dezelfde en tegelijk word je een ander. Je wordt je er (opnieuw)van bewust: ik ben deel van een gezin. Een gezin is een wonderlijk iets. Voor veel mensen is hun gezin het belangrijkste in hun leven. Toch hebben we er geen opleiding voor. Je hebt er geen diploma voor nodig. Je kunt het zomaar beginnen, of krijgen. Of niet. Sommigen vragen zich hun leven lang af: waarom kreeg ik dat niet, een gezin?

We zouden allemaal zo een uur unnen praten over het gezin, familie waar wij uitkomen. Dan komen de verhalen. Familiegeschiedenissen, met hun ups en downs fascineren. Boeken als Het pauperparadijs, Het Diner, Bonita Avenue, boeken van Renate Dorrestein. Gisteren stond een interview met Nico Dijkshoorn in Trouw. Dijkshoorn heeft een kritisch boek over zijn vader hgeschreven. Alle fouten van senior worden breed uitgemeten in boek en interview. Je leest het interview en je denkt: Maar meneer Dijkshoorn, wat lijkt u toch op uw vader die u zo kritiseert. Als je ouder wordt, ontdek je op een dag: die eigenschappen van mijn moeder/vader waar ik me zo aan stoorde, ik vind ze steeds meer terug bij mezelf…

Vandaag krijgen we en kijkje in het gezin, in de familie en in de vaderstad van Jezus. De inwoners van Nazareth waren vaak wel op de een of andere wijze familie van elkaar. Ze behoorden tot dezefde stam, vaak trouwden neven en nichten met elkaar. Hillary Clinton: It takes a village to raise a child. Nazareth had iets van een grote familie.

Jezus is opgegroeid in Nazareth in het gezin van Jozef en Maria. Hij heeft er gespeeld op straat, en in de timmermanswerkplaats van zijn vader. Vuurtje gestookt. Geracet op de rug van een ezel. We hadden graag veel meer over zijn kinderjaren geweten. Was hij als kind al bijzonder? Hij leerde er naar de synagoge te gaan. Vooral in Marcus zien we dat Jezus op sabbat gewend was naar de synagoge te gaan. Hij heeft daar leren lezen uit de Thora en de Profeten.

Goed, Jezus was op een gegeven moment gaan reizen. Op zoek naar ontmoetingen met mensen met wie hij zijn roeping kon delen. Zijn roeping was: in Woord en daad de liefde van God verkondigen: We hebben niet alleen een aardse vader, moeder, maar ook een hemelse Vader. We mogen allemaal leven als kinderen van God!

In het voorafgaande hoofdstuk, Marcus 5, wordt zo verteld dat Jezus een heidense geesteszieke, en een bloedvloeiende vrouw, en het dochtertje van Jairus dat door iedereen al dood was verklaard. Waar Jezus verschijnt, daar zijn de wonderen de wereld niet uit. Wonderen van liefde.

En dan komt hij een weekendje terug in Nazareth. Het wordt sabbat, hij gaat naar de synagoge. Zo is hij opgevoed. Hij wordt gevraagd lector te zijn, en tegelijk ook maar te preken. Nazareth wil zijn eigen beroemde zon wel eens horen. De gemeente in de synagoge is zeer verbaasd over zijn woorden. Waar haalt hij dat allemaal vandaan? vraagt de een zich af.
En de ander zegt: Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? Zelf heeft hij dat niet allemaal geleerd op de School met de Bijbel van Nazareth.
Men begint door elkaar te praten. Een derde roept: En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! (Verhalen zijn lopende vuurtjes.) Een vierde roept, nu proeven we ook de eerste irritatie. Hij is toch die timmerman? (Jezus is/was dus zelf timmerman! Nou, voor een timerman heeft Jezus heel wat noten op zijn zang.) Een vijfde roept: Hij is toch die zoon van Maria! Dat is venijnig. Gewoonlijk noemde men een man naar zijn vader. Dan was Jezus: de zoon van Jozef geweest. Zoon van Maria klinkt suggestief. Alsof iedereen wist dat Jozef de vader niet was, alsof er iets niet klopt aan zijn afkomst. De zevende roept: Hij is gewoon de broer van Jacobus en Joses, en Judas en Simon. En zijn wonen zijn zussen niet hier bij ons? Met andere woorden: waarom doet hij niet gewoon als zij? En als ons? En teslotte lezen we: En ze namen aanstoot aan hem. Waarom moet je je hoofd zo ver boven het maaiveld steken, Jezus? Hoe kom je erbij dat je ons kunt vertellen hoe wij moeten leven. En geloven? Terug in je hok. Niet zo out-of-the-box denken. In Nederland hadden we gezegd: Doe maar gewoon, doe je gek genoeg.

Een gezin kan een geweldige hoeksteen zijn van een leven. Maar ook een struikelblok worden. Bijvoorbeeld als je als kind andere wegen in wilt slaan. Ik hoor mezelf tegen mijn zoons zeggen: Jongens, stel je verwachtingen nou niet te hoog. Zoals wij nu leven is het toch ook al goed & mooi. Waarom moet het anders? Diep in hun hart willen veel ouders dat hun kinderen een beetje kopieën worden van zichzelf. Misschien net een beetje beter, dat zou mooi zijn, maar de appels moeten niet te ver van de boom vallen. En ook als alle boers en zussen een beetje bij jou in de buurt blijven, op hetzelfde niveau, dan is dat wel zo veilig. Straks wordt de een nog jaloers op de ander…

Nazareth kijkt met een schuin oog nar zijn beroemde zoon, Jezus. Laat hij nou niet doen alsof hij zo heilig is. Als hij heilig is, dan zijn wij het ook!

Het grappige is dat Jezus dat juist zegt! Jezus zegt, verkondigt dat alle mensen niet alleen kinderen van hun ouders zijn, maar ook kinderen van de heilige God. Made in heaven. En: Made for heaven. En dat mensen gemaakt / bedoeld zijn door God om hun broeders en zusters lief hebben. In Johannes 15 zegt Jezus: Ik heb jullie liefgehad, zoals mijn Vader jullie heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde. Maar Nazareth haalt zijn schouders op. Niet zo hoog van de toren blazen, Jezus. Anders zijn we je liever kwijt dan rijk.

Dan haalt Jezus zelf zijn schouders op. Discussie in families… heeft meestal weinig zin, helemaal niet als het om het geloof gaat. De reactie van zijn eigen mensen was in zijn dagen al spreekwoordelijk. Hij zegt: Nergens wordt een profeet zo weinig geëerd als in zijn eigen vaderstad, onder zijn verwanten (familie) en huisgenoten (gezin). Het spreekwoord was toen al een cliché – het vervelende van clichés is dat ze vaak zo waar zijn.

Dan volgt er nog een opmerkelijke en ook wel verontrustende zin: Hij kon daar geen enkele krachtdaad doen. Is Jezus dan zo afhankelijk van het geloof van mensen? Dan wordt het zorgelijk, want ons geloof is vaak zo pover. Dat lezen we trouwens ook nog: Hij stond verbaasd over hun ongeloof.

Blijkbaar geldt voor het wonder wat ook voor de liefde geldt: dat het een beetje van twee kanten komen. God wil wel veel voor ons doen, maar als wij er niet voor open staan, als wij het niet zien, niet horen willen, dan houdt het een keer op.

Je ziet het ook: als mensen ergens in geloven, dan houden ze vol, dan gaan ze door, dan kunnen er wonderlijke dingen gebeuren. Als mensen hun hoofd laten hangen, dan is het vaak snel einde verhaal.

Nu ja, er staat nog iets: Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. Dus toch, dwars tegen het ongeloof in. Hij kan het gewoon niet laten, om mensen op te richten. Zo groot, zo sterk blijkt de kracht van zijn liefde te zijn.