Jullie zijn het zout van de aarde

Jullie zijn het zout van de aarde, heeft Jezus gezegd in zijn Bergrede tegen zijn leerlingen. Jezus laat deze uitspraak direct volgen op de zaligsprekingen of gelukwensen. Zalig/gelukig zijn de armen van Geest en zij die treuren; (ik houd het maar even op het woord zalig, waar toch wat meer diepte in zit dan het woord gelukkig:) zalig de zachtmoedigen, zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; zalig de barmhartigen; zalig de reinen van hart; zalig de vredestichters; zalig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden. En de laatste zaligspreking is rechtstreeks tot de discipelen gericht, de voortrekkers van de gemeente: zalig zijn jullie, wan¬neer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel…

Hier zijn we vorige week gestopt met lezen. Maar Jezus is niet gestopt met spreken. Jezus sluit de zaligsprekingen af met een soort conclusie. Opnieuw klinkt dan het woordje jullie: Jullie zijn het zout van de aarde.

Van de aarde nog wel! Jezus zegt niet: Jullie zijn het zout van Israël, of van de toekomstige gemeente. Nee: Jullie zijn het zout van de aarde.
Het zal je maar gezegd worden. Vraagt Jezus hier niet erg veel van zijn leerlingen – en van ons?

Maar misschien heeft Jezus deze woorden vooral bemoedigend bedoeld. Voor hem op de grond zit een groepje vissers die hun netten voor een tijdje hebben achtergelaten, en een tollenaar (Matteüs) die zijn tolhuisje voor altijd heeft achtergelaten, en nog zo wat… Een bijeengeharkt groepje mannen, waarvan je nou niet direct zou zeggen: Daar gaan we de oorlog mee winnen. Erg indrukwekkend is die eerste gemeente bepaald nog niet. Als Jezus deze mensen zalig noemt… en daar in één adem op laat volgen dat ze het zout van de aarde zijn – dan is dat een enorme bemoediging.

Zoals een schooldirecteur tijdens een jaaropening van zijn school tegen een zaal vol pubers, die nog amper weten wat ze willen, zegt: Jullie zijn de toekomst! Zo zegt Jezus tegen dat stelletje leerlingen van hem: jullie hebben de toekomst, jullie geven de wereld pit, jullie zijn het zout van de aarde.

Voor ons is zout iets heel gewoons, – kost bijna niets. We gooien het zelfs op de wegen als het vriest. Ons probleem is eerder dat we te veel zout in ons eten gooien dan te weinig. Een Israëliet uit Bijbelse tijden zou dat waarschijnlijk niet kunnen geloven. Daarvoor was zout veel te schaars en kostbaar.

Zout in Israel was een zaak van levensbelang. Zonder zout kun je niet in
zo’n woestijnstaat. Zout houdt vocht vast, zonder zout droog je uit. (Als het warm is, is het nog steeds goed om af en toe wat zoute chips te eten. Het is ook nooit te warm voor ene patatje met flink zout.)

Zout was: kostbaar. Er zijn tijden geweest dat zout een officieel betaalmiddel was. Ons woord salaris komt van het Latijnse woordje sal = zout. Romeinse soldaten werden soms in zout uit betaald. Zout is reinigend. Pasgeboren babies werden volgens Ezechiel met zout schoongewreven. (Ezechiël 16:4). Wij stoppen een ontstoken vinger nog steeds in de soda. Zout desinfecteert.

Zout is conserverend. Als je iets inzout blijft het langer houdbaar. Pekel¬vlees. Zoute haring. Handig als je geen koelkast hebt.
Zout geeft smaak. Zonder zout wordt het eten flauw. Het is geen pretje als de dokter je vertelt dat je opeens zoutloos moet gaan eten.
Zout had trouwens ook een theologische betekenis in Israel. De rabbijnen noemen de Thora wel “ZOUT”. De Thora geeft het leven smaak, pit, duurzaamheid!

Er is in 1997 een geweldige documentaire gemaakt over De Zoutmannen van Tibet. Deze documentaire volgt een groepje Tibetaanse nomaden op hun jaarlijkse tocht met hun jaks naar de zoutmeren, gelegen in het uiterste noorden van Tibet. Het is een loodzware reis die maanden duurt, en die telkens wordt onderbroken door allerlei rituelen. Zo belangrijk is zout nog steeds voor bepaalde volkeren. (Te zien op You Tube – gratis tip voor een regenachtige zondagmiddag – maar ja, u gaat toch schaatsen kijken.)

Zout was in Bijbelse tijden dus een kostbaar goed, en van levensbelang. Dat klinkt allemaal mee in de verklaring van Jezus: Jullie zijn het zout van de aarde.
En zo te horen heeft Jezus een erg positief beeld van de messiaanse gemeente, van ons. U bent, gemeente kostbaar als zout. U, gemeente, houdt de aarde gezond. U weert het bederf van de wereld. U bewaart. U reinigt. U geeft smaak en pit. Het is dat Jezus het zelf zegt, anders zouden we het nooit geloven.

Een van de mooiste illustraties bij deze uitspraak van Jezus vinden we door terug te bladeren in de Bijbel naar Genesis 16, naar het verhaal van Sodom en Gomorra. Sodom en Gomorra zijn zo rot en bedorven, dat ze eraan gaan. Tenzij er nog net voldoende reinigend en ontsmettend en conserverend zout in die steden is te vinden. Abraham gaat onderhandelen: ‘Stel, Here God, dat er nog 50 rechtvaardigen zijn – mag de stad dan bewaard blijven?’ ‘Ja, 50 is voldoende.’ ‘En 45 rechtvaardigen?’ ‘45 ook.’ ‘En 40, 30, en 20, en 10 rechtvaardigen…?’ Er blijft maar een miniem snufje zout over. Maar zelfs dat minieme sunfje, die 10 rechtvaardigen waren voor God voldoende geweest om die steden te bewaren. Helaas waren die er niet meer te vinden.

Gisteren hadden we een bezinningsdag met de kerkenraad. We zijn op excursie geweest in Rotterdam, naar de nieuwe Pauluskerk. U weet wel, die ultramoderne kerk die wel iets heeft van een gigantische oliebol of bitterbal.
Ik wil Rotterdam niet met Sodom of Gomorra vergelijken. Het is wel een grote stad waarin voor de kerk nog maar heel weinig ruimte over is. Toch heeft een van die kleine kerken, de Pauluskerk, een enorme impact, door zijn enorme inzet voor de treurenden en de armen en de verslaafden en de vervolgden en de vluchtelingen van deze wereld.
De nieuwe Pauluskerk is geen kathedraal. Maar de Pauluskerk maakt wel het verschil voor heel wat mensen in Rotterdam. Burgemeester Aboutaleb heeft de Pauluskerk laatst één van de warmste plekken van Rotterdam genoemd. Hij had ook kunnen zeggen: De Paulus kerk is het zout van de stad.

De Hoeksteen is de Pauluskerk niet. Maar vergis u niet, ook een heel gewone gemeente als De Hoeksteen vertegenwoordigt een groot geestelijk en sociaal kapitaal. Ook een stad als Schoonhoven, ook een dorp als Willige Langerak heeft enorme behoefte aan mensen die ‘gezouten zijn met de liefde van Christus’. Ook Schoonhoven en Willige Langerak hebben behoefte aan mensen die van mensen houden, en aan mensen met een aanstekelijk optimisme en doorzettingsvermogen. Volhouders die, al zijn het er maar tien, en al werken ze in de verborgenheid, volhouders die het verschil willen maken.
Want dat is ook een opmerkelijke eigenschap van het zout. Je hebt er niet eens zoveel van nodig. En meestal werkt zout in het verborgene. Of in opgeloste vorm. Doorgaans zie je zout niet, het doet zijn werk onzichtbaar. Je proeft het pas als het er niet is. ‘He, wat flauw, geef me
het zout eens aan…’

Tot slot: als het om zout gaat, moeten we altijd ene beetje verstandig zijn. Zo moet je zout wel op een ei gooien, maar niet in de thee of in de koffie. Dan krijg je onsmakelijke toestanden. We hoeven ons geloof niet overal bij te halen of van de daken te schreeuwen. Voordat je het weet haal je God ergens bij waar Hij niets mee te maken heeft – en gebruik je zijn naam dus ijdel. Zo hoop ik dat er door de Olympische atleten en hun supporters veel wordt gebeden, maar nooit om de overwinning. Laten we vrijmoedig zijn met Gods naam, maar ook een beetje voorzichtig omgaan met Zijn heiligheid.
Net als zout moeten we het evangelie in de juiste dosis toedienen. Als je te royaal zijn met het zout van het evangelie, krijg je fanatisme, of fundamentalisme. Dat zijn geen gezonde of smakelijke gerechten.
Maar laten we er ook voor oppassen dat we te zuinig zijn. Die nieuwe Pauluskerk is dan bescheiden van omvang – door zijn bijzondere vorm en door zijn bijzondere inhoud kan geen Rotterdammer er omheen! U hoeft uw collega niet dagelijks met het evangelie om de oren te slaan, maar als uw collega niet eens weet dat u christen bent – dat aan niets kan zien, dan lijdt u toch aan een serieus zouttekort.
Ik las ergens: We hoeven we als christenen niet altijd een dikke vinger in de wereldpap te hebben, als we het zout in de pap maar zijn.

In Zwolle heb je een kerk die ze de Peperbus noemen. Vanwege de vorm van de toren. Peper is net zoiets als zout. Als u in de toekomst ooit besluit om toch nog een toren bij de Hoeksteen te bouwen, dan kunt u die misschien de vorm geven van een zoutvat: veel glas en een zilverkleurige dop bij wijze van dak erop. Dat zou beslist niet misstaan in deze Zilverstad.

Ds. Frans-Willem Verbaas