Zwarte dauw uit de hemel

De laatste tijd zijn er verschillende boeken verschenen over wat ik maar zal noemen ‘het gereformeerde leven’: Dorsvloer vol confetti van Franca Treur, Zwarte dauw van Rachel Visscher en de afgelopen maand kwam De hemel bestaat niet uit, van Jannetje Koelewijn. Stuk voor stuk mooie boeken. Franca Treur schreef een roman, de andere twee boeken zijn meer documentair van aard. Alle drie de boeken beschrijven integer, liefdevol haast, hoe het er in de gereformeerde wereld aan toeging of nog gaat.

Dergelijke boeken hebben een enorme aantrekkingskracht op me. Ik ben benieuwd hoe ‘we’ er af komen in de optiek van schrijvers, die vaak zelf het geloof hebben verlaten. Altijd toch een beetje bang dat er een lachwekkende karikatuur van het geloof wordt beschreven. Gelukkig valt het mee, in elk geval in deze drie boeken.

Zoveel boeken in korte tijd over dit onderwerp, dat verbaast me ook wel een beetje. Waarom zoveel aandacht voor het gereformeerde leven? De ondertitel van het boek van Jannetje Koelewijn is wat dat betreft veelzeggend: Over het leven van mijn ouders. Het lijkt voor deze mensen te gaan om geschiedenis, hoe het eens was. Vanuit het standpunt van een buitenstaander kijken ze naar binnen: Hoe deden ze dat toch? Doen ze dat nog steeds?

Begrijp me goed: ik wil niet terug naar de verzuiling van de vorige eeuw. Maar ik vind het wel jammer dat voor de meerderheid van de mensen leven vanuit het geloof geschiedenis is geworden. Zouden wij kunnen laten zien dat het nog steeds van deze tijd is?
Adriaan van ‘t Spijker