Tweede zondag van de veertigdagentijd
Matteüs 17, 1-9
Deze schikking richt zich niet op de profeten op de berg maar op de metgezellen van Jezus. Petrus, Jacobus en Johannes. De grote vaas is gevuld met water, bloemen en wilgentakken. Zand en stenen benadrukken de berg. De zuidenwindlelie doet denken aan een vogelnestje waarin telkens een bloemetje zich opent. Een andere naam voor deze bloem is vogelmelk. De bloem staat symbool voor onschuld en zuiverheid. De intenties van de drie metgezellen waren goed. De bandwilg wordt geassocieerd met groeien en vertrouwen. Een wilgentak die je in de grond steekt groeit in korte tijd uit tot een boom.
Woorden bij de schikking:
Drie bloemen, symbool voor drie vrienden
die zorgen, meedragen met de vriend
op diens onbekende weg,
in vertrouwen groeien.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.