Vierde zondag van de veertigdagentijd
Johannes 9, 1-13, 26-39
In de grote vaas staan bloeiende bloesemtakken. Veel bloesems zijn familie van de roos, een vijftallige bloem. Het getal 5 is het getal van de mens, de mens met zijn 5 zintuigen. Met die zintuigen kunnen we de ander zien, voelen en horen. Bloesems zijn bedoeld om vruchten te dragen, vruchten die ook door het doorwerken van de Geest kunnen ontstaan. In het kleinere vaasje staat een witte kaars, teken voor het licht van de wereld.
Woorden bij de schikking:
In de stille winter groeien de knoppen
die even later openbarsten,
tere bloemen als het eerste licht,
het zien van de lente.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.