Aswoensdag
Mattëus 6, 1-6 en 16-21
De waaier is donker van kleur. In de waaier is beregras toegevoegd. De vaas is gevuld met water. Bij een beetje wind zullen de grassen gaan bewegen, een verwijzing naar de Geest die over de wateren zweefde. In de tekst staat het bidden benoemd, stil worden voor God, verbeeld in de tulpen. Het palmtakje is een teken en vooruitzien naar Palmpasen.
Woorden bij de schikking:
Stil worden, achter de waaier,
De tulpen zijn symbolen
Voor gebed, gedachten
Aan het begin van de vastentijd.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.