Barmhartigheid

Slechts het water dat wij te drinken geven zal ons verkwikken, slechts het brood dat wij te eten geven zal onze honger stillen, slechts de gevangene die wij verlossen zal ons bevrijden.

In de Bijbel worden de Naam van God en barmhartigheid bijna altijd in een adem genoemd. Ze vallen zo ongeveer samen (Ex. 33:18-19).
Zo wil God gekend zijn. Barmhartigheid geeft het wezen van God weer. Wat is dan zo wezenlijk voor die barmhartigheid? In Bijbelverhalen lezen we dat God ziet waar zijn mensen mee worstelen. Dat gaat hem aan zijn hart en hij komt voor hen in beweging. Zien, geraakt zijn en in actie komen, dat is barmhartigheid en zo laat God zich kennen. Het woord zegt dus iets over God en daarna pas iets over ons.

Als Jezus zegt: ”Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is”(Luc. 6:36), drukt hij de mensen niet alleen op het hart dat zij zich zullen bekommeren om het lot van de ander, maar dat zij in die levenshouding ook iets laten zien van hoe God is.

In de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan horen we dat anderen de gewonde man aan de overkant voorbij gaan. De Samaritaan zag hem liggen, kreeg medelijden en kwam in beweging. Hij laat zijn agenda bepalen door de gewonde man die op zijn pad kwam, verbindt zijn wonden en brengt hem naar een logement.

In die zorg toont hij zich mens en komt iets van Gods barmhartigheid
aan het licht. Wie een barmhartige God kent, kan niet anders dan die
barmhartigheid vormgeven.

Misschien is barmhartigheid dan ook wel dat je iets niet kunt: een ander die zomaar op je pad komt, links laten liggen.

Ds. Lyonne Verschoor-Schuijer in ‘Doornse Levenskunst’