Wees mens! Mens voor het aangezicht van God

Mensen worden verafschuwd of vergoddelijkt. Zo schreef Dietrich Bonhoeffer in 1940. Mensen worden verafschuwd of vergoddelijkt. Het bleef bij mij haken. Vandaag de dag is dat volgens mij niet veel anders. Als we eenmaal onze hoop op iemand hebben gezet, in de politiek of waar dan ook, dan kan hij geen kwaad meer doen. En talloze talentshows op televisie scheppen een beeld van mensen, kinderen soms, die alles kunnen. De één blinkt nog meer uit dan de ander. Het heeft bijna iets magisch.

Maar sla je een moderne roman open, dan komt het tegenbeeld naar voren. Arnon Grunberg, een van de grote schrijvers van Nederland, schrijft over de mens als iemand die weinig voorstelt. Een kleinzielig, treurig wezen dat nergens voor leeft. Een beeld dat uit veel literatuur naar voren komt. Blijkbaar zien schrijvers daar iets van in onze huidige tijd. De mens als iemand die bijna te verachten is.

Ergens is er een angst. Een angst om werkelijk mens te zijn. Ergens ontkomen we er vaak niet aan om in de val van mensverheerlijking of mensverachting te trappen. In de kerk geldt dat misschien wel net zo goed. ’t Is niks met de mens en het zal nooit iets worden. Cynisme tot en met. Of andersom. Kijk ons eens goed bezig zijn. Wij hebben het toch maar goed voor elkaar.

Temidden van dat alles klinkt de profetische stem van Micha: Wees mens! Mens voor het aangezicht van God.
Preciezer gezegd: Er is jou, mens, gezegd wat goed is. Je weet wat de Heer van je wil. En Zacharias zingt zijn lied over het stralende licht dat over ons is opgegaan, Jezus Christus. In dat licht leren we hoe te leven. God dienen zonder angst, toegewijd en oprecht, zingt Zacharias.
En daar gaan we vanmorgen maar eens naar kijken.

Gebroken verhouding
Er is jou, mens, gezegd wat goed is. Je weet wat de Heer van je wil. Het is nogal stellig gezegd door Micha. Die profeet uit het dorpje Moreset, zo’n 35 kilometer van Jeruzalem vandaan. Hij leefde en werkte in dezelfde tijd als Jesaja. Alleen werkte Jesaja aan het hof en kwam Micha van het platteland.

Het was de tijd dat het Assyrische rijk zich sterk uitbreidde. Ook Israël en Juda werden bedreigd. Micha keert zich in zijn profetieën voornamelijk tegen de leiders van het volk. Zij maken zich schuldig aan onrecht en leugenachtigheid.

En nu ligt er een aanklacht tegen het volk. Een aanklacht waarbij zelfs de bergen en heuvels worden betrokken. Heel het land en heel het volk is bezoedeld door misdaden. Welke dat zijn, we lezen het hier niet. Maar in de eerste hoofdstukken valt genoeg te lezen over de gruwelen die men elkaar aandeed. Jullie hebben het kwade lief en verafschuwen het goede, zegt Micha. In naam van God vertrappen ze het recht.
Daarom worden ze nu aangeklaagd.

God houdt een pleidooi, een soort verdedigingsrede. Wat heb ik jullie aangedaan? Vraag ik teveel van je? Waarom ben je mij ontrouw?
In die rede klinkt iets door van de verbondenheid tussen God en zijn volk. Ik proef iets van pijn, van gekwetste liefde. Keer op keer beloofde Israël gehoorzaamheid aan God. Het raakt Hem dat die trouw verbroken wordt. Zo gaat dat, als je van elkaar houdt. Zo is het ook tussen God en mens. Ik wil niet zonder jou, Ik wil niet zonder jullie! Zoiets proef ik in die rede van God.

Hij roept zijn grote daden in herinnering. Treurig genoeg moet God dat zelf doen. Het volk weet er niet meer van. Zomaar zijn ze vergeten. Life goes on. Het leven gaat tenslotte door.

Als je het zicht op God kwijt bent, kan het helpen om terug te denken. Haal je voor de geest wat God voor je gedaan heeft. Waar je God in je leven hebt ontmoet, wie Hij voor je was en is. Dat kan je soms zo helpen om het uit te houden als je zijn nabijheid niet meer ziet.

Wat heb ik jullie aangedaan? Roept God uit. Ik heb jullie bevrijd uit Egypte. Door de woestijn geleid onder leiding van Mozes, Mirjam en Aäron. En toen Bileam het volk Israël wilde vervloeken, kon hij uiteindelijk niet anders dan ze zegenen.
En vergeet tenslotte niet alles wat er tussen Sittim en Gilgal is gebeurd. Sittim was de laatste pleisterplaats voordat het volk de Jordaan overstak naar het beloofde land. En Gilgal was de eerste plek aan de overkant van de Jordaan.

En plotseling dringt het door tot het volk. Wat hebben we gedaan! Was is er gebeurd dat we zo ver zijn afgedwaald?
Ik las ergens dat er sprake zou kunnen zijn van een zogenaamde boetedag. Een dag waarop heel het volk samenkwam om schuld te belijden. Om opnieuw uit te spreken dat ze het verbond met God na zullen leven. Of er daadwerkelijk zo’n boetedag plaats vond in de tijd van Micha, weten we niet. Maar het is zeker wel voorstelbaar. Het kwam vaker voor in die tijd. Een samenkomst van schuldbelijdenis en hernieuwde toewijding. Mooi is dat eigenlijk.

In ieder geval heeft de rede van God een snaar geraakt. Ze komen tot inkeer. Er is iets van schrik, van verbijstering merkbaar. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Zo gaat het toch vaak? Je leeft je leven. Gaat mee met de massa, met de stroom. Tot er een moment komt van inkeer. Wat heb ik gedaan?
Zo ging het in nazi-Duitsland. De tijd waarin Dietrich Bonhoeffer zijn teksten schreef over ethiek. Over hoe te leven. Massa’s mensen waren weg van Hitler. Vrijwel iedereen volgde hem blindelings. Tot die weg doodliep.
En toen kwam er bezinning, inkeer. Wat is er voor gruwelijks gebeurd waartegen wij ons niet hebben verzet? Het is een last waar Duitsland nog steeds mee worstelt.
En is het in Nederland niet net zo? Ook wij hebben geen schone handen.

En dan die menselijke vraag. Hoe kan ik het goed maken? Waarmee kan ik God behagen?
Je doet een belofte. Voortaan zal ik… 10% van mijn inkomen aan een goed doel geven. Elke zondag naar de kerk gaan. Dag en nacht van mijn leven aan God wijden. Een belofte waarmee je God tevreden probeert te stellen.

Het volk Israël verzint de meest extreme voorstellen. Enorme offers, duizend rammen. Een offer dat bij hoge uitzondering door de koning gebracht werd. Of een overdadige hoeveelheid olie. Zelfs een kinderoffer wordt genoemd. Hoewel dat ten strengste verboden was in Israël, was het blijkbaar in de omliggende culturen het grootste offer dat je kon brengen. Gruwelijk.

Nee, zo niet!
Zo gaat God niet met mensen om. Zo gaan wij niet met God om. Alsof hij als een nukkig kind tevreden gesteld moet worden. Om zo zijn boosheid te stillen en weg te nemen.
Maar God wil niet tevreden gesteld worden.
Wat hij vraagt is: Wees mens. Mens voor mijn aangezicht.

Omdenken
Het gaat dus niet in de eerste plaats om voldoen aan je religieuze verplichtingen. Hoe goed en belangrijk ook. In de eerste plaats ben je geroepen om mens te zijn. Niet om boven jezelf uit te stijgen. Of om je zelf te verachten en als minderwaardig te beschouwen. Nee. Gewoon mens zoals God je heeft gemaakt.

Israël weet heel goed wat dat betekent. Het is ze meermalen gezegd. Geldt dat voor ons niet net zo goed? We vinden het allemaal ingewikkeld genoeg, christen zijn in deze tijd. Zoveel christenen, zoveel meningen. En ondertussen trekt het dagelijks leven onze aandacht naar andere zaken. En weten we het allemaal niet meer zo goed.

Is het niet ook een vlucht? Een vlucht weg van onze eigenlijke opdracht? Zo zie ik die voorstellen van het volk tenminste. Moeten we offers brengen, enorme offers? Ergens is dat ook makkelijk. Zelf blijf je buiten schot. Je kunt blijven wie je bent. Als de offers gebracht zijn is het weer goed.
Maar offers zijn niks waard als het hart niet goed is. Ja, dat weten we allemaal ook wel. God vraagt geen grote offers. Maar een samenleving waarin recht en liefde hoog in het vaandel staan. Zo eenvoudig. Maar tegelijk ook zo veel moeilijk dan het brengen van een offer. Dan het voldoen aan je religieuze plicht.
Want dat vraagt werkelijk iets van je. Je kunt niet meer rustig aan de kant blijven zitten. Maar er wordt een voortdurende onrust in je hart gelegd. Een onrust die blijft, zolang vrede en recht ver te zoeken zijn.

En in alle verwarring en onmogelijkheid is het Kerst geworden. Dat kleine mensje Jezus Christus laat mij zien: je mag mens zijn. God zelf werd mens. Je hoeft niet te verzinken in het stof of uit te stijgen boven jezelf. Je mag er zijn, om het maar eens populair te zeggen. Je mag er zijn. Dankzij Jezus Christus!
En God wijst een weg hoe dat kan. Drie richtlijnen die je daarbij helpen. Die ons kader zijn voor een leven met God.
Recht doen. Trouw liefhebben. Ootmoedig de weg van God gaan.

We stellen ons vaak grootste daden voor. A la Mandela, Martin Luther King. Paus Franciscus. De groten der aarde. Maar deze drie eenvoudige richtlijnen gelden net zo goed in het klein. In je dagelijks leven. In het klein gaat het net zo goed om recht en trouw. In je eigen omgeving. En in een samenleving waar geen oorlog is, waar brood is voor ieder mens. En dan komt het er net zo goed op aan!
Want als we in het klein al amper menselijk kunnen zijn, hoe zal het dan zijn als de situatie op scherp staat. Vanwege oorlogsdreiging. Vanwege een terroristische aanslag. Onze situatie is ook weer een uitgelezen kans om de menselijkheid onderling te beoefenen. Om werkelijk mens te zijn in het spoor van God.

Recht doen. Trouw liefhebben. Ootmoedig de weg van God gaan.
Elkaar recht doen brengt opluchting en bevrijding. Voor jezelf en voor de ander. Komt hij, komt zij tot haar recht? Een eenvoudige vraag die je kunt stellen bij de keuzes die je maakt, de woorden die je spreekt.
Trouw liefhebben. Chesed, het Hebreeuwse woord, wordt ook wel vertaald met vriendschap, of goedheid. Dat is dan weer het mooie aan de Hebreeuwse taal. Een woord dat meerdere betekenissen heeft. Het gaat verder dan goed burgerfatsoen. Waar overigens niets mis mee is. Mooi als dat nageleefd wordt. Trouw en goedheid liefhebben, daar klinkt een kloppend hart in door. Niet passen en meten, ik heb dit voor jou gedaan, nu is het jouw beurt. Maar solidair zijn wanneer het er op aankomt. Als een daad van liefde en anders niet.
En in dat alles ootmoedig de weg van God gaan. Een mens gaat niet gebukt onder verplichtingen en geboden. De werkelijke mens leeft van Christus die zelf mens werd. En door Christus krijg je een ander zicht op de werkelijkheid. Je wordt opmerkzaam op waar God werkzaam is. Opmerkzaam op wat God van je vraagt.
Niet als een last, maar als een daad van liefde en gehoorzaamheid. Zacharias zingt het zo: Opdat wij hem dienen zouden zonder vrees. God zonder angst dienen. Dat is een opgave. Want al te gauw wordt hij de strenge rechter die je genadeloos oordeelt, veroordeelt. Maar zo is het niet. Christus maakt je vrij om God zonder angst te dienen.

Tot slot
En toch blijft het een open weg, de weg die een mens gaat met God. Er zijn richtlijnen, er zijn handvatten. Maar helemaal uitgestippeld is de weg niet. En dat vraagt veel van je. Jij op jouw plaats gaat je weg met God. Een ander kan die weg voor jou niet uitschrijven. Al zou je dat soms maar al te graag willen. Een stappenplan in de Bijbel met duidelijk uitgelegd wat je in die en die situatie moet doen.
Zo is het niet. God geeft ons vrijheid om onze weg te zoeken en te gaan.

Dagelijks worstel ik daarmee. Waarom is dat toch zo moeilijk? Is het omdat we niet al te veel van onszelf op willen geven? Of weten we het ook werkelijk niet?
Maar laat die onzekerheid en machteloosheid ons niet verlammen. Laat dat niet het geval zijn. Laten we als kerk, als christenen, de moed hebben om stappen van recht en trouw te zetten. In het klein, in ons dagelijks leven. En waar het kan in het groot. Om in het licht van Christus onze voeten te zetten op de weg van vrede, in de woorden van Zacharias.

Ik mag voluit mens zijn. Dat is de hoop die God ons in Christus geeft. Voluit mens zijn. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God, die Hij ons schenkt in zijn Zoon.
Ga met God!

Amen.

Ds. Hanneke Ouwerkerk

Micha 6: 1-8, Lucas 1: 67-75

Een gedachte over “Wees mens! Mens voor het aangezicht van God”

  1. Mooie preek. De boodschap dat wij mens mogen zijn in al onze verscheidenheid, als we het goede zoeken, sprak mij zeer aan. Je hoeft niet boven jezelf uit te stijgen, want je bent geschapen naar het beeld van God. Ieder moet op zijn/haar manier de weg met God gaan, want omdat God in Jezus naast ons is komen te staan, geeft God ons de vrijheid om onze weg zelf te zoeken, in gebondenheid aan elkaar. Heel mooi.

Reacties zijn gesloten.